Fundamentele verandering speelveld voor aardgas in Nederland

Naar aanleiding van de aardbeving bij Zeerijp op 8 januari 2018 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en Gasunie Transport Services (GTS) gevraagd advies uit te brengen over het terugbrengen van de gaswinning in Groningen uit oogpunt van veiligheid en leveringszekerheid. Die adviezen zijn gelijktijdig uitgebracht. Strikt vanuit veiligheid  bekeken adviseerde SodM om de productie terug te brengen tot maximaal 12 miljard kubieke meter per jaar (bcm). Omwille van de leveringszekerheid heeft GTS berekend dat in een koud jaar er ongeveer 27 bcm nodig is voor leveringszekerheid, in een warm jaar circa 14 bcm. Eén van de uitgangspunten hierbij is dan wel dat de systematiek van ‘vlakke winning’ wordt losgelaten, zodat onze mogelijkheden voor de conversie van hoogcalorisch gas naar laagcalorisch gas maximaal kunnen worden benut. De minister heeft besloten om te bekijken hoe en wanneer de gaswinning kan worden teruggebracht naar 12 bcm.

Helpen gaswinning te verminderen

Deze forse vermindering van gaswinning uit het Groningenveld vergt ingrijpende maatregelen, voor zowel de korte als de middellange termijn. Gasunie zet zich er maximaal voor in om dit te helpen realiseren. Een verdere productieverlaging kan bereikt worden door een reeks van maatregelen op het gebied van de ombouw naar hoogcalorisch gas, de inzet van kwaliteitsconversie en de overstap naar hernieuwbare bronnen.

In 2013 zijn reeds afspraken gemaakt om Duitsland, België en Frankrijk vanaf 2020 in tien jaar tijd om te schakelen van laagcalorisch gas naar hoogcalorisch gas. Vanwege deze ombouw zal de behoefte aan gas van Groningenkwaliteit in de buitenlandse markt vanaf 2030 vrijwel nul zijn. Er vindt dan geen export van laagcalorisch gas meer plaats. Met betrokkenen, waaronder ook Gasunie Deutschland, wordt onderzocht of dit ombouwproces verder versneld kan worden. Daarnaast wordt gekeken naar ombouw van grote industrieën en centrales in Nederland.

Onze inzet van kwaliteitsconversie is sinds de daling van de Groningenproductie gestegen van 5,7 miljard kuub in 2013 naar 25,8 miljard kuub in 2017. De hoeveelheid laagcalorisch gas die met onze bestaande stikstofinstallaties gemaakt kan worden uit hoogcalorische gasstromen van elders kan nog verhoogd worden, als het huidige vlakke productieprofiel op het Groningenveld wordt losgelaten. De Groningenproductie zou dan uitsluitend nog aanvullend op het maximaal inzetten van kwaliteitsconversie plaatsvinden, gestuurd door de temperatuursafhankelijke behoefte bij gebruikers. Hierdoor kan de kwaliteitsconversie toenemen tot rond de 33 bcm per jaar. Daarnaast kan de conversiecapaciteit verder worden uitgebreid door de bouw van een additionele, nieuwe stikstofinstallatie. De reeds eerder onderzochte installatie bij Zuidbroek zou begin 2022 in bedrijf genomen kunnen worden en met name in de periode tot ongeveer 2030 kunnen bijdragen aan verlaging van gasproductie uit het Groningenveld. Een definitief besluit van de minister van EZK hierover wordt eind maart verwacht.

Ook de overstap naar alternatieve energiedragers kan bijdragen aan het verminderen van de behoefte aan aardgas. Door de inzet van hernieuwbare gassen kan ongeveer 1 miljard kubieke meter Groningengas vervangen worden per 2025. Het betreft de inzet van groen gas (via vergisting en vergassing) en een versnelde uitrol van superkritische watervergassing en vergistingsoplossingen. Door waterstof in het L-gas bij te mengen zou 0,2 miljard kubieke meter aardgas bespaard kunnen worden. In 2030 zou waterstof uit diverse bronnen (onder andere wind op zee) in totaal ongeveer 6 miljard kubieke meter Groningengas kunnen vervangen.

Daarnaast kunnen verdere isolatie, de inzet van hybride warmtepompen en warmtenetten uitkomst bieden. Door de uitrol van het warmtenet Zuid-Holland bijvoorbeeld kunnen 1 miljoen huishoudens en het gelijke equivalent aan tuinbouw en industrie met warmte beleverd worden. Alleen al in dit project kan door de inzet van restwarmte circa 1 miljard kubieke meter aan Groningengas bespaard worden. Het huidige regeerakkoord kent warmte-infrastructuren en daarnaast de opvang en het transport van CO2 (CCS) een belangrijke rol toe om de uitstoot van CO2 te verminderen.

Klimaatdoelstellingen

Er kan direct klimaatwinst worden geboekt door aardgas te gebruiken in plaats van meer vervuilende fossiele brandstoffen, zoals kolen en olie. Vervanging hiervan door aardgas vermindert de CO2-uitstoot flink. Zo stoten gascentrales veel minder COuit dan kolencentrales. De verwachting is dat aardgas nog geruime tijd een rol blijft spelen, al zal die rol wel veranderen. Van een dominante toepassing van aardgas naar een ondersteunende (gas-op-maat).

We zien dat ook binnen de gassector de verduurzaming steeds verder doorzet, parallel aan het streven om de Groningengaswinning terug te dringen. De komende decennia zal aardgas in toenemende mate worden vervangen door hernieuwbare energiebronnen. De energievoorziening van de toekomst zal een samenspel zijn van verschillende duurzame energievormen: elektronen, warmte én moleculen. Deze vormen en hun bijbehorende infrastructuren zullen steeds meer met elkaar verweven raken. Energiedragers zoals groen gas en waterstof zullen voor een deel de rol van aardgas overnemen. Daarnaast zullen warmtenetten een deel van de gebouwde omgeving van warmte gaan voorzien. Hiervoor is vooral nieuwe kennis nodig en de ontwikkeling van innovatieve technologieën. Om die reden nemen wij deel in diverse projecten en proeftuinen.

Met SCW Systems hebben we in 2017 een demo-vergassingsinstallatie in Alkmaar gebouwd. Hier wordt met superkritische watervergassing duurzaam gas en herbruikbare grondstoffen uit natte biomassa (rest- en afvalstromen) geproduceerd. Voor de komende jaren voorzien wij een opschaling om deze nieuwe technologie ook op industriële schaal te kunnen toepassen. In september is Gasunie toegetreden tot het North Sea Wind Power Hub consortium. Samen met TenneT, het Deense Energinet.dk en het Havenbedrijf Rotterdam verkennen we de mogelijkheden om op de Noordzee een grootschalig windpark te combineren met productie, opslag en transport van duurzame energie in de vorm van waterstof.

Begin 2018 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Voortgang energietransitie aangenomen, hiermee wordt de gaswet gewijzigd. De wetswijziging brengt de nodige duidelijkheid waarmee alle betrokkenen nu kunnen werken aan het realiseren van de Europese en nationale ambities van de energietransitie. De wijziging stelt Gasunie in staat om verder bij te dragen aan de energietransitie. Wij willen actief bijdragen aan een CO2-neutrale energievoorziening in 2050. Een energievoorziening die niet alleen schoon, maar net als nu eveneens betrouwbaar en betaalbaar is. Het is onze overtuiging dat we daarbij de focus moeten leggen op de hoogste CO2-reductie per geïnvesteerde euro.

Internationale verbindingen

De gasproductie in Europa loopt momenteel harder terug dan de vraag, ook bij de hoge prognoses voor het aandeel duurzame energie. De komende tien jaar blijft het dichten van het verschil tussen vraag en aanbod (supply gap) een reële uitdaging. Dit levert in Europa extra vraag naar transportcapaciteit op. Daarom nemen wij samen met partners deel in grensoverschrijdende projecten op het gebied van gasinfrastructuur en LNG. Voorbeelden zijn de aanleg van de EUGAL-pijpleiding in het oostelijk deel van Duitsland, de reverse-flow van BBL (de gasleiding tussen Nederland en het VK) en het onderzoek naar de ontwikkeling van een LNG-terminal bij Hamburg.

De Noordwest-Europese gasmarkt kan robuust worden genoemd. Om dat zo te houden, is het van belang om de toevoerroutes naar het Noordwest-Europese systeem te verstevigen, ook in Zuid- en Oost-Europa. We zien dat deze verschuivingen om ontwikkeling van extra transportverbindingen binnen Europa vragen. 

Hoewel de vraag naar aardgas in Noordwest-Europa redelijk stabiel is, zien we een lichte afname in de gashandel. Van de drie grootste Noordwest-Europese gashandelsplaatsen kende TTF in 2017 relatief gezien de laagste daling in verhandeld volume. TTF blijft daarmee de meest toonaangevende liquide gashub van Europa. Door het opheffen van het interconnectiepunt Julianadorp is de BBL-pijpleiding op 1 januari 2018 onderdeel geworden van het TTF-marktgebied. Hierdoor is TTF direct gekoppeld aan de Engelse gashub NBP en is de flexibiliteit voor onze klanten aanzienlijk toegenomen.

Onzekerheden

Naast de uitdaging om kansen tijdig te signaleren en te benutten, hebben we te maken met onzekerheden. In Nederland is een nieuwe reguleringsperiode van vijf jaar ingegaan die rust brengt voor alle betrokken partijen. Voor Duitsland breekt in 2018 een nieuwe vijfjarige reguleringsperiode aan. In onze niet-gereguleerde business is een deel van de bestaande, langlopende capaciteitscontracten afgelopen, zoals bij onze gasopslag EnergyStock en de pijpleiding tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk, de BBL. Van de vrijgekomen capaciteit werd in 2017 bij BBL een deel en bij EnergyStock vrijwel alles verkocht.

Consequenties voor onze organisatie

Door de risico-gebaseerde herziening van ons vervangings- en onderhoudsprogramma nemen de investeringen in onze bestaande infrastructuur af met behoud van veilig en betrouwbaar gastransport. We plegen meer correctief in plaats van preventief onderhoud en kunnen de inzet van compressiecapaciteit verminderen. Daarom stellen we onze stations in Schinnen en Oldeboorn voorlopig buiten gebruik.

We willen slagvaardig op nieuwe ontwikkelingen reageren. Dit vraagt om intensief contact met externe stakeholders en het betrekken van medewerkers in de veranderingen buiten en binnen Gasunie. In ons bedrijf is nu en in de komende jaren sprake van krimp en groei. Krimp bij een groot deel van onze bestaande activiteiten en groei als gevolg van nieuwe activiteiten, met name bij Gasunie New Energy. De groei qua werkgelegenheid is vooralsnog beperkt.

Samen met vertegenwoordigers van de vakbonden en de Ondernemingsraad hebben we een duurzaam arbeidsvoorwaardenbeleid ontwikkeld. Dit heeft in 2017 onder andere voor de komende vier jaar een nieuwe cao opgeleverd. Uitgangspunten hierbij zijn vooral de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers en de mogelijkheden voor hen om hierbij eigen initiatieven te kunnen ontwikkelen. Hiermee willen we iedereen de kans bieden vol energie aan het werk te blijven, binnen of buiten Gasunie.

Solide resultaten

In 2017 hebben we bijna 100% transportzekerheid kunnen realiseren. Er heeft slechts één kortstondige onderbreking bij een afnemer plaatsgevonden. De hoeveelheid gas die we voor onze klanten hebben getransporteerd door ons Nederlandse en Duitse gasnetwerk was fractioneel minder dan in 2016. Om de verminderde productie van Groningengas op te vangen, hebben we in 2017 11% meer hoogcalorisch gas geschikt gemaakt voor gebruik door huishoudens en bedrijven in vergelijking met het jaar ervoor. Onze veiligheidsresultaten zijn verder verbeterd. Dit zien we onder andere terug in de afname van het aantal te rapporteren ongevallen per miljoen gewerkte uren. Met ons Operational Excellence programma, inclusief de herziening van ons vervangings- en onderhoudsprogramma, hebben we ook in 2017 goede voortgang gemaakt.

Ons resultaat na belastingen is toegenomen met € 76 miljoen tot € 259 miljoen ten opzichte van vorig jaar. Exclusief de bijzondere waardeverminderingen in 2016 en 2017 (het genormaliseerde resultaat na belastingen) is sprake van een afname van € 151 miljoen, die voornamelijk wordt veroorzaakt door een afname van ons bedrijfsresultaat als gevolg van het nieuwe Methodebesluit voor GTS per 2017.

Gasunie Deutschland heeft in de reguleringsperiode 2013-2017 effectief en efficiënt kunnen opereren waardoor in deze jaren additioneel resultaat is gerealiseerd. In de komende reguleringsperiode, 2018-2022, zijn de mogelijkheden tot het realiseren van additioneel resultaat aanzienlijk beperkt in aard en omvang door ontwikkelingen in het reguleringskader.

Gasunie Deutschland heeft in de periode 2013-2017 tevens een omvangrijk investeringsprogramma uitgevoerd waardoor binnen het reguleringskader investeringsvergoedingen vooruit ontvangen zijn. Deze investeringsvergoedingen dienen conform het reguleringskader in de toekomst te worden terugbetaald. Beide effecten hebben zijn verwerkt in een afwaardering van €150 miljoen op ons Duitse netwerk in 2017. Zie voor een uitgebreide toelichting: Financiële resultaten.

Wijzigingen in toezicht en bestuur

Op 1 april 2017 heeft Annie Krist onze organisatie verlaten om CEO van GasTerra te worden. Wij danken Annie voor haar grote en jarenlange inzet. Na een tijdelijke waarneming door René Oudejans is Bart Jan Hoevers op 1 september gestart als nieuwe CEO van GTS en tevens lid van de Raad van Bestuur. Per maart 2018 vertrekt Jean Vermeire als lid van onze Raad van Commissarissen. Wij zijn Jean zeer erkentelijk voor zijn deskundig toezicht en advies in de afgelopen tien jaar.

Dankwoord

Gasunie streeft ernaar om samenleving en klanten optimaal te blijven bedienen op weg naar een CO2-neutrale energievoorziening. Hierbij is de inzet van onze medewerkers onmisbaar. Zij zorgen dag en nacht voor veilig en betrouwbaar gastransport en zetten zich vol energie in om nieuwe projecten te realiseren. Wij zijn hen grote dank verschuldigd. Hun inzet en de goede samenwerking met onze klanten en projectpartners geven vertrouwen dat we in 2018 verdere stappen kunnen zetten in onze ontwikkeling van gasinfrastructuurbedrijf naar energie-infrastructuurbedrijf. Wij zijn ervan overtuigd dat we hiermee de transitie naar een CO2-neutrale energievoorziening kunnen helpen versnellen.

Groningen, 28 maart 2018

Han Fennema
Bart Jan Hoevers
René Oudejans
Ulco Vermeulen