Nadere toelichting op de geconsolideerde balans

   

1. Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen

Algemeen

De vennootschap onderzoekt indien daartoe een aanleiding bestaat of er sprake is van een bijzondere waardevermindering van (im)materiële en financiële vaste activa.

Bij het uitvoeren van een onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen (impairment test) doet het management aannames, onder andere ten aanzien van ontwikkelingen in het relevante reguleringskader op korte en lange termijn, maakt zij schattingen van bijvoorbeeld de toekomstige kasstromen en stelt zij de disconteringsvoet vast. Deze aannames, schattingen en oordelen hebben een significante invloed op de indirecte opbrengstwaarde.

Er is sprake van een bijzondere waardevermindering indien de realiseerbare waarde van een actief of een groep van activa lager ligt dan de boekwaarde. De realiseerbare waarde is de hoogste van de directe en de indirecte opbrengstwaarde.

De indirecte opbrengstwaarde wordt berekend op basis van de door het management verwachte toekomstige kasstromen. Deze kasstromen zijn gebaseerd op het door de Raad van Bestuur goedgekeurde business plan voor de komende drie jaren en op een recente meerjarenprognose voor de periode daarna.

De Raad van Bestuur heeft in 2016 het impairment test model voor de gereguleerde gastransportdiensten gewijzigd teneinde het model beter te laten aansluiten bij de gereguleerde omgeving waarin netbeheerders opereren en aanvullend inzicht te krijgen in de gevolgen van investeringen, kosten en regulatoire toegestane inkomsten op de realiseerbare waarde. De wijziging betreft het overstappen van een model met verwachte specifieke kasstromen tot de economische horizon in 2070 zonder restwaarde, naar een model met een kortere periode met verwachte specifieke kasstromen (10 jaar) en daarna een restwaarde op basis van de (gecorrigeerde) RAB: de door de toezichthouder vastgestelde regulatoire boekwaarde van de activa. Het is deze laatste (boek)waarde van de investeringen, die de netbeheerder conform Europese regelgeving met een redelijk rendement via de tarieven mag terugverdienen.

Er zijn geen aanwijzingen dat de directe opbrengstwaarde hoger is dan de indirecte opbrengstwaarde.

In 2016 is de kapitaalkostenvergoeding van het bedrijf (‘corporate WACC’) herbeoordeeld. De corporate WACC is relevant bij het bepalen van de verwachte kapitaalkostenvergoeding en de disconteringsvoet van toekomstige reguleringsperioden. Gasunie hanteert afhankelijk van het risicoprofiel van het te waarderen actief een risico-opslag op deze corporate WACC.

De evaluatie van de corporate WACC heeft geleid tot een verlaging van deze WACC van 4,5% nominaal na belasting ultimo 2015 naar 4,0% nominaal na belasting ultimo 2016. De daling in 2016 wordt met name veroorzaakt door de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt. In 2017 hebben zich geen ontwikkelingen voorgedaan die tot een aanpassing van de WACC hebben geleid.

Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen gastransportnetwerk in Nederland

Onderzoek 31 december 2016
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft de bevoegdheid om jaarlijks de tarieven vast te stellen die GTS maximaal in rekening mag brengen voor het transport, de aan transport gerelateerde taken, de aansluiting, balancering en kwaliteits­conversie. ACM stelt daartoe de methode van regulering vast voor een periode van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar. Dit methodebesluit vormt de basis voor de berekening van de toegestane omzet, de doelmatigheidskorting en de tarieven gedurende de reguleringsperiode.

De vorige reguleringsperiode is geëindigd op 31 december 2016. ACM heeft besloten om de methode van regulering voor vijf jaar vast te stellen. De nieuwe reguleringsperiode heeft derhalve betrekking op de jaren 2017 tot en met 2021.

Bij het bepalen van de realiseerbare waarde is uitgegaan van het reguleringskader zoals dat in het definitieve Methodebesluit 2017-2021 en in andere regelingen is vast­gelegd.

Op grond van de beschikbare informatie heeft het management geconcludeerd dat er sprake was van een bijzondere waardevermindering van het gastransportnet in Nederland op 31 december 2016 ter grootte van € 450 miljoen. Voor een nadere toelichting op de uitgangspunten bij de bepaling van deze uitgangspunten verwijzen naar de geconsolideerde jaarrekening over 2016.

Onderzoek 31 december 2017
Het management ziet bij het opmaken van de jaarrekening 2017 geen aanleiding tot het uitvoeren van een cijfermatig onderzoek naar mogelijke bijzondere waardeveranderingen van het gastransportnetwerk in Nederland.

Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen gastransportnetwerk in Duitsland

Triggering event
Volgens Europese (EU 715/2009) en Duitse wetgeving worden de tarieven die Gasunie Deutschland in rekening brengen voor zijn diensten gereguleerd door de Duitse energieregulator (BNetzA) aan de hand van de toegestane omzet die om de vijf jaar wordt vastgesteld op basis van de kosten in een referentiejaar en verminderd met een eventuele efficiencykorting.

De volgende reguleringsperiode begint in 2018. Tijdens de laatste maanden van 2017 heeft BNetzA de overgrote meerderheid van de regulatoire parameters bepaald. Dit vormt een trigger event die leidt tot een test op de waarde van de activa van de Cash Generating Unit Gasunie Deutschland.

Basis van de test
De impairmenttest is uitgevoerd met behulp van een DCF-waardering op de verwachte kasstromen voor de komende 10 jaar. Daarna wordt de gereguleerde activabasis gebruikt als een proxy voor de eindwaarde. Deze eindwaarde wordt verlaagd door de investeringssubsidies die Gasunie Deutschland na deze prognoseperiode nog moet terugbetalen.

De realiseerbare waarde wordt bepaald op basis van het regelgevingskader zoals vastgelegd in de BNetzA-beslissingen voor reguleringsperiode 2018-2022. De belangrijkste hiervan zijn:

  1. Toegestaan rendement op eigen vermogen
    De BNetzA heeft het rendement op eigen vermogen voor de derde regulatoire periode (2018-2022) vastgesteld op 6,91% voor nieuwe activa (met ingang van 01.01.2006 of later) en 5,12% voor oude activa (activering vóór 01.01.2006).
     
  2. Kostenbasis en individuele efficiëntieparameter (X-ind)
    De BNetzA heeft in 2017 de kostbasis voor de reguleringsperiode 2018-2022 voor Gasunie Deutschland vastgesteld. Net als in voorgaande perioden en zoals voorgeschreven in de Duitse wet, is de individuele efficiëntiedoelstelling gebaseerd op een benchmarkprocedure. BNetzA heeft besloten dat Gasunie Deutschland net zoals eerdere reguleringsperioden voor de periode 2018-2022 100% efficiënt is. Het management gaat ervan uit dat Gasunie Deutschland na deze periode 100% efficiënt blijft.
     
  3. Algemene efficiëntieparameter (X-gen)
    BNetzA heeft een algemene efficiëntieparameter gepubliceerd van 0,88%. Vanaf 2023 gaan we ervan uit dat de X-gen 1,0% bedraagt.
     
  4. Reguleringsrekening en investeringsmaatregelen
    In de loop van 2017 heeft BNetzA de gerealiseerde inkomsten van de jaren 2012-2016 vergeleken met de toegestane inkomsten voor die jaren. Verschillen worden op de reglementaire rekening opgenomen, waarvan het saldo vervolgens in de tarieven van toekomstige jaren wordt verrekend. BnetzA heeft als onderdeel van het besluit over de toegestane inkomsten 2018-2002 het saldo van de reguleringsrekening voor Gasunie Deutschland vastgesteld.

    Het Duitse reguleringssysteem bevat een vergoeding voor kosten van uitbreidingsinvesteringen, de zogenaamde investeringsmaatregelen. Een deel van deze investeringssubsidies wordt terugbetaald via de tarieven (claw-back) na ingebruikname van de activa over een periode van 20 jaar. BnetzA heeft als onderdeel van het besluit over de toegestane inkomsten 2018-2002 het te verrekenen saldo van de investeringsmaatregelen voor Gasunie Deutschland vastgesteld.

Algemene aannames
De verwachte kasstromen worden verdisconteerd aan de hand van een disconteringsvoet die gerelateerd is aan de regulatoire kapitaalskostenvergoeding voor de betreffende periode. Voor de jaren 2018-2022 is de disconteringsvoet 3,9% nominaal na belasting. Voor de periode vanaf 2023 is een disconteringsvoet van 4,0% nominaal na belastingen toegepast.

Test op bijzondere waardevermindering van joint ventures en deelnemingen
In de CGU Gasunie Deutschland is ook het belang van in NETRA opgenomen, dat is gepresenteerd onder de financiale vaste activa. Omdat NETRA net zoals GUD Duitse TSO-activiteiten in Duitsland onderneemt, worden de algemene en regulatoire aannames die worden toegepast op Gasunie Deutschland ook op deze entiteit toegepast.

Resultaat van de test
Op basis van de beschikbare informatie heeft het management geconcludeerd dat de bijzondere waardevermindering van het gastransportnetwerk in Duitsland op 31 december 2017 € 150 miljoen bedraagt. Dit bedrag is voor € 117,0 miljoen toegewezen aan de materiële vaste activa en voor € 33,0 miljoen aan de financiële vaste activa, zijnde het aandeel van Gasunie in NETRA, dat is opgenomen in de kasstroomgenerende eenheid Gasunie Deutschland.

Onzekerheden in het onderzoek
In onderstaande tabel is indicatief het effect aangegeven van een wijziging van een belangrijke veronderstelling op de realiseerbare waarde.

Wijziging in de aanname Ter grootte van Wijziging in de realiseerbare waarde
     
1.     Lagere dividend uitkering Joint Ventures € 10 miljoen - € 10 miljoen
2. Herziene indexering van de gereguleerde activa waarde 0% - €12 miljoen
3. Efficiencyscore lager dan 100% - 5%-punt - € 14 miljoen

Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen EnergyStock activa

Triggering event
In november 2017 heeft het management van Energystock haar opslagstrategie herzien als basis voor de bedrijfsveronderstellingen voor de lange termijn van EnergyStock. Deze update toonde belangrijke ontwikkelingen op de Nederlandse gasmarkt en de rol van opslagplaatsen in deze markt. Dit vormt een trigger event die leidt tot een test op de waarde van de activa va de kasstroom genererende eenheid Energystock.

Basis van de test
De test op bijzondere waardevermindering werd uitgevoerd met behulp van een DCF-waardering op de verwachte kasstromen tot 2035. Daarna is verondersteld dat de activiteiten zullen worden stopgezet en dat het kussengas in de cavernes zal worden geproduceerd en verkocht. Bij het berekenen van de realiseerbare waarde heeft het management veronderstellingen gemaakt over de verwachte marktwaarde van de diensten van Energystock en de verwachte verkochte capaciteiten.

Resultaat van de test
Op basis van de momenteel beschikbare informatie is het management tot de conclusie gekomen dat de realiseerbare waarde van Energystock op 31 december 2017 boven de boekwaarde van de activa van Energystock ligt.

Onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen BBL activa

Het management ziet bij het opmaken van de jaarrekening 2017 geen aanleiding tot het uitvoeren van een cijfermatig onderzoek naar mogelijke bijzondere waardeveranderingen van de activa van BBL Nederland.

2. Acquisities

In de tweede helft van 2017 heeft Gasunie  Duitsland met de Duitse gastransportnetbeheerders Gascade Gastransport GmbH, Fluxys Deutschland GmbH en ONTRAS Gastransport GmbH een overeenkomst getekend voor de verwerving van een aandeel van 16,5% in het EUGAL (Europäische Gas-Anbindungsleitung )-pijpleidingproject. Deze nog aan te leggen leiding in Duitsland heeft een lengte van ca. 485 kilometer. Het eerste leidingdeel wordt naar verwachting eind 2019 in gebruik genomen. Voor de boekhoudkundige verwerking van deze acquisitie verwijzen wij naar de toelichting onder noot 4.

3. Materiële vaste activa

In miljoenen euro’s Boekwaarde per 1 jan. 2017 Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Bijzondere waarde- veranderingen Boekwaarde per 31 dec. 2017
             
Bedrijfsgebouwen en terreinen 130,4 3,6 0,6 6,9 ‑0,4 126,1
Compressorstations 897,3 46,2 0,1 52,6 ‑18,3 872,5
Installaties 1 023,9 57,0 1,0 67,5 ‑15,2 997,2
Hoofdtransportleidingen c.a. 4 932,4 15,1 0,3 103,6 ‑80,4 4 763,2
Regionale transportleidingen c.a. 771,5 80,6 2,5 22,3 - 827,3
Ondergrondse gasopslag 508,4 2,4 - 17,4 - 493,4
Andere vaste bedrijfsmiddelen 188,1 29,1 - 33,8 ‑2,7 180,7
Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering 213,3 26,2 - - - 239,5
             
Totaal voor boekjaar 2017 8 665,3 260,2 4,5 304,1 ‑117,0 8 499,9

In miljoenen euro’s Boekwaarde per 1 jan. 2016 Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Bijzondere waarde- veranderingen Boekwaarde per 31 dec. 2016
             
Bedrijfsgebouwen en terreinen 96,5 48,3 0,1 5,3 ‑9,0 130,4
Compressorstations 941,6 51,0 1,0 47,9 ‑46,4 897,3
Installaties 1 055,2 96,5 3,2 70,9 ‑53,7 1 023,9
Hoofdtransportleidingen c.a. 5 301,0 19,2 1,3 107,5 ‑279,0 4 932,4
Regionale transportleidingen c.a. 769,5 82,3 4,1 20,9 ‑55,3 771,5
Ondergrondse gasopslag 527,5 1,7 4,8 16,0 - 508,4
Andere vaste bedrijfsmiddelen 194,0 36,8 - 36,1 ‑6,6 188,1
Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering 248,7 ‑35,4 - - - 213,3
             
Totaal voor boekjaar 2016 9 134,0 300,4 14,5 304,6 ‑450,0 8 665,3

In miljoenen euro’s Aanschafwaarde per 31 dec. 2017 Cumulatieve afschrijvingen *) per 31 dec. 2017 Aanschafwaarde per 31 dec. 2016 Cumulatieve afschrijvingen *) per 31 dec. 2016
         
Bedrijfsgebouwen en terreinen 219,2 93,2 216,3 85,9
Compressorstations 1 424,2 551,7 1 388,5 491,2
Installaties 1 824,1 826,8 1 777,2 753,3
Hoofdtransportleidingen c.a. 7 283,8 2 520,6 7 270,9 2 338,5
Regionale transportleidingen c.a. 1 118,9 291,6 1 060,1 288,6
Ondergrondse gasopslag 598,3 104,8 595,8 87,4
Andere vaste bedrijfsmiddelen 602,9 422,5 574,3 386,2
Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering 239,5 - 213,3 -
         
Totaal 13 310,9 4 811,2 13 096,4 4 431,1

*) inclusief eventuele bijzondere waardeveranderingen

Afschrijvingstermijnen

Eind 2014 heeft de vennootschap de economische horizon, die maatgevend is voor de resterende afschrijvingstermijn van de transportleidingen  bepaald op 2070. De boekwaarde per 1 januari 2015 en de investeringen vanaf deze datum in transportleidingen worden afgeschreven tot aan 2070.

Voor compressorstations en installaties geldt een afschrijvings­termijn van (gemiddeld) 30 jaar.

De afschrijvingstermijnen van de andere componenten zijn als volgt:

  • Bedrijfsgebouwen: 50 jaar
  • Andere vaste bedrijfsmiddelen: 5 tot 20 jaar

Afschrijvingstermijnen ondergrondse gasopslag
Gebaseerd op een marktstudie heeft het Management geconcludeerd dat de verwachte economische levensduur van de activa ten behoeve van ondergrondse gasopslag naar beneden dient te worden bijgesteld, van 2050 naar 2035. De afschrijvingstermijnen van de betreffende activa dalen hiermee van 40 naar 25 jaar. Voor een nadere toelichting op deze markstudie verwijzen wij naar de toelichting onder noot 1.

De herziening van de afschrijvingstermijnen resulteert in hogere afschrijvingslasten ter hoogte van 1,6 mln. in 2017 en 10 mln. per jaar vanaf 2018.

Afschrijvingstermijnen enkele specifieke activa bij GTS
Eind 2017 heeft het management besloten om een beperkt aantal specifieke installaties op termijn buiten gebruik te stellen doordat de inzet van onze infrastructuur verandert. Het aandeel van duurzame bronnen als wind en zon en van gassen als groen gas en waterstof zal sterk toenemen en de vraag naar aardgas neemt af. Daarnaast verandert de richting van de gasstromen. Er komt steeds minder gas afkomstig uit het Groningenveld en steeds meer uit buitenlandse bronnen.

Deze ontwikkelingen hebben geleid tot het beoordelen van de veronderstelde resterende gebruiksduur en de daarmee samenhangende afschrijvingstermijnen van deze specifieke installaties. Dit heeft geleid het wijzigen van de resterende afschrijvingstermijn van deze installaties waarbij deze installaties worden afgeschreven tot het moment van buitengebruikstelling. Mogelijk worden er in de toekomst nog meerdere specifieke installaties buiten gebruik gesteld. Bij de wijze van buiten gebruik stellen wordt er rekening mee gehouden dat deze installaties mogelijk op de lange termijn weer ingezet kunnen worden voor transportdoeleinden, bijvoorbeeld voor het transport van groen gas of waterstof.

Het management heeft tevens onderzocht of de omstandigheden die bij deze specifieke installaties spelen ook een rol kunnen spelen bij de gebruiksduur van andere materiele activa. Dit is niet het geval. Daarom blijft de afschrijvingstermijn van de overige installaties en de compressorstations geldt (gemiddeld) 30 jaar.

Het aanpassen van de afschrijvingstermijnen voor de specifieke buiten gebruik te stellen installaties leidt indicatief in 2017 tot ca. € 8 mln hogere afschrijvingskosten en loopt in de jaren daarna af naar 0,4 mln in 2023.

Op terreinen, gas- en stikstofvoorraden wordt niet afgeschreven.

4. Investeringen in joint operations

De N.V. Nederlandse Gasunie heeft rechtstreeks of via haar groepsmaatschappijen belangen in de volgende joint operations:

Naam van de vennootschap Zetel Aandeel in kapitaal  
    op 31 december  
    2017 2016
       
BBL Company V.O.F. Groningen 60% 60%
Arbeitsgemeinschaft GOAL/Fluxys NEL-Projektphase Hannover, Duitsland 51,3% 51,3%
European Gas Pipeline Link (EUGAL) Kassel, Duitsland 16,5% -

BBL Company V.O.F. exploiteert een gaspijpleiding tussen Balgzand in Nederland en Bacton in het Verenigd Koninkrijk. De vennootschap heeft (indirect) een 60% belang in BBL Company V.O.F. Op grond van de overeenkomsten tussen de vennoten van BBL Company V.O.F. dienen significante besluiten genomen te worden met een meerderheid van 80%. Technisch gezien kwalificeert het 60% aandeel van de vennootschap in BBL Company V.O.F.  niet als joint venture of joint operation onder IFRS 11 aangezien er geen unanieme beslissing benodigd is. In Nederland wordt een V.O.F. structuur echter gezien als een transparante structuur waarbij de partners een belang in de activa en verplichting van de V.O.F hebben. De juridische en economische realiteit van BBL Company V.O.F. is vergelijkbaar met een joint operation, en derhalve komt de verwerkingswijze van dit belang overeen met de verwerkingswijze van een joint operation.

In 2013 hebben Gasunie Ostseeanbindungsleitung (GOAL) GmbH en Fluxys Deutschland GmbH een samenwerkingsverband opgericht, in de vorm van een ‘arbeitsgemeinschaft’, welke verantwoordelijk is voor de afronding van de Nordeuropäische Erdgasleitung. In het samenwerkingsverband Arbeitsgemeinschaft GOAL/Fluxys NEL-Projektphase heeft de vennootschap geen beslissende zeggenschap. Dit samenwerkingsverband kwalificeert als joint operation.

Gasunie heeft met de Duitse gastransportnetbeheerders Gascade, ONTRAS en Fluxys een overeenkomst gesloten voor de verwerving van een aandeel van 16,5% in het EUGAL-pijpleidingproject. De deelname in het project betekent een uitbreiding van de transportcapaciteit van Gasunie Deutschland en versterkt de positie van Gasunie in de internationale transitstromen. De EUGAL (Europäische Gas-Anbindungsleitung) zal over een afstand van circa 485 kilometer van Greifswald aan de Oostzee naar het zuiden van Saksen lopen en van daar naar de Tsjechische grens. Het traject verbindt via aftakkingen in westelijke richting de gasmarkten in Duitsland, Nederland, België en Engeland. Eind 2020 moet het project gereed zijn, en in 2021 zal de totale capaciteit beschikbaar zijn. Gascade behoudt 50,5% in het project en is verantwoordelijk voor de bouw en het toekomstige beheer van de leiding. In het samenwerkingsverband EUGAL heeft de vennootschap geen beslissende zeggenschap. Dit samenwerkingsverband kwalificeert als joint operation.

5. Investeringen in joint ventures

De N.V. Nederlandse Gasunie heeft rechtstreeks of via haar groepsmaatschappijen belangen in de volgende joint ventures:

Naam van de vennootschap Zetel Aandeel in kapitaal  
    op 31 december  
    2017 2016
       
Gate terminal C.V. Rotterdam 50% 50%
Gate terminal Management B.V. Rotterdam 50% 50%
DEUDAN - Deutsch/Dänische Erdgastransport-GmbH Handewitt, Duitsland 75% 75%
DEUDAN - Deutsch/Dänische Erdgastransport-GmbH & Co. KG Handewitt, Duitsland 33,4% 33,4%
JordgasTransport GmbH Emden, Duitsland 50% 50%
NETRA GmbH Norddeutsche Erdgas Transversale Emstek/Schneiderkrug, Duitsland 50% 50%
NETRA GmbH Norddeutsche Erdgas Transversale & Co. KG Emstek/Schneiderkrug, Duitsland 44,1% 44,1%
Biogas Netwerk Twente B.V. Almelo 50% 50%
SCW B.V. (Super Critical Water Gasification) Alkmaar 50% 0%

De mutaties in de investeringen in joint ventures zijn als volgt:

In miljoenen euro’s 2017 2016
     
Stand per 1 januari 233,2 157,4
     
Investeringen 2,9 0,2
Acquisities - 56,1
Rechtstreekse eigen vermogen mutaties 10,3 0,9
Terugbetaling kapitaal Joint Ventures ‑18,0 -
Resultaat in joint ventures 3,3 31,2
Ontvangen dividend ‑41,6 ‑12,6
Desinvesteringen - -
Bijzondere waardeveranderingen - -
Stand per 31 december 190,1 233,2

Joint venture in Gate terminal

De vennootschap heeft (indirect) een 50% belang in Gate terminal Management B.V. en Gate terminal C.V., welke een 100% belang heeft in Gate terminal B.V. Het betreft een samenwerkingsverband met Koninklijke Vopak N.V. met als doel om een terminal voor vloeibaar aardgas (LNG) op de Maasvlakte te exploiteren.

De vennootschap heeft gedurende het boekjaar € 19,2 miljoen (2016: € 12,0 miljoen) aan dividend ontvangen van Gate terminal C.V.

Geconsolideerde financiële informatie Gate terminal C.V.:

In miljoenen euro’s 2017 2016
     
Vaste activa 869,5 909
waarvan uitgestelde belastingvorderingen 29,7 36,3
Vlottende activa 68,9 71,0
waarvan belastingvorderingen - -
waarvan geldmiddelen en kasequivalenten 61,8 62,5
Langlopende verplichtingen 709,1 778,5
waarvan rentedragende leningen 571,1 613,2
waarvan uitgestelde belastingverplichtingen - -
waarvan afgeleide financiële instrumenten 138,0 165,3
Kortlopende verplichtingen 62,4 60,4
waarvan kortlopende financieringsverplichtingen 44,2 42,7
waarvan belastingverplichtingen 1,7 1,0
     
Netto investering 166,9 141,1
Aandeel Gasunie 50% 50%
Boekwaarde 83,4 70,6

In miljoenen euro’s 2017 2016
     
Opbrengsten 156,0 147,8
Totale lasten ‑62,8 ‑59,6
waarvan afschrijvingen ‑34,0 ‑32,7
Financieringslasten ‑34,7 ‑35,1
Belastingen ‑15,1 ‑13,7
     
Resultaat na belastingen 43,4 39,4
Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 20,6 1,9
     
Totaal van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 64,0 41,2
     
Aandeel Gasunie in de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 32,0 20,6

Overige joint ventures

N.V. Nederlandse Gasunie heeft in het tweede halfjaar van 2016 via Gasunie Deutschland Transportservices GmbH 50% van de aandelen van JordgasTransport GmbH verworven. De overige 50% is overgenomen door Open Grid Europe. N.V. Nederlandse Gasunie heeft op basis van de overeenkomsten gezamenlijke zeggenschap in JordgasTransport GmbH. Dit kapitaalbelangen kwalificeert als joint venture.

JordgasTransport GmbH heeft 30,8% in bezit van het NETRA (Nordeutsche Erdgas Transversale) netwerk systeem, dat bestaat uit ca. 350 km pijpleiding en twee compressorsstations. De overige aandeelhouders in NETRA zijn Gasunie Deutschland Transportservices GmbH en Open Grid Europe.

Het aandeel van N.V. Nederlandse Gasunie in de stemrechten van NETRA GmbH Norddeutsche Erdgas Transversale en NETRA GmbH Norddeutsche Erdgas Transversale & Co. KG bedraagt 44,1%. Gasunie heeft op basis van de overeenkomsten gezamenlijke zeggenschap. Deze kapitaalbelangen kwalificeren als joint venture.

In 2017 is Norddeutsche Erdgastransport Infrastruktur GmbH. gefuseerd met JordgasTransport GmbH. In het kader van deze fusie heeft een kapitaalreductie van € 18 mln. plaatsgevonden. Deze reductie is gerubriceerd onder Terugbetaling kapitaal. Het aandeel van Gasunie in  JordgasTransport GmbH bedraagt 50%. Op grond van de overeenkomsten tussen de aandeelhouders van JordgasTransport GmbH heeft Gasunie gezamenlijke zeggenschap. Dit kapitaalbelang kwalificeert als joint venture.

DEUDAN - Deutsch/Dänische Erdgastransport-GmbH & Co. KG opereert een gaspijpleiding in Duitsland van de Itzehoe regio naar de Duits/Deense grens in de Flensburg regio. Het aandeel van Gasunie in de stemrechten van deze deelneming is 75%. Op grond van de overeenkomsten tussen de aandeelhouders van DEUDAN - Deutsch/Dänische Erdgastransport-GmbH heeft de vennootschap geen beslissende zeggenschap. Dit kapitaalbelang kwalificeert als joint venture.

Op 13 juli 2016 is Biogas Netwerk Twente B.V. opgericht. Het betreft een samenwerkingsverband met Cogas B.V. met als doel de  aanleg en het beheer van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen en de aanleg, het onderhoud en het ter beschikking stellen van installaties ten behoeve van biogas. Het aandeel van Gasunie in de stemrechten van deze deelneming is 50%. Gasunie heeft op basis van de bestaande overeenkomsten gezamenlijke zeggenschap.

Met SCW Systems B.V. is in maart 2016 een overeenkomst gesloten voor samenwerking om biogas te winnen uit natte biomassa door middel van superkritische watervergassing. De demonstratiefaciliteit wordt gerealiseerd om in de komende jaren de robuuste werking van de nieuwe technologie op industriële schaal aan te tonen. SCW Systems en Gasunie New Energy zijn ieder voor de helft aandeelhouder van de biogas-demonstratiefaciliteit. Gasunie heeft op basis van de overeenkomsten gezamenlijke zeggenschap.

Financiële informatie overige joint ventures:

In miljoenen euro’s 2017 2016
     
Boekwaarde per 31 december 106,7 162,6
Aandeel Gasunie in resultaat na belastingen ‑18,5 11,4
Ontvangen dividend 22,3 0,6

6. Investeringen in geassocieerde deelnemingen

De N.V. Nederlandse Gasunie heeft rechtstreeks of via haar groepsmaatschappijen belangen in de volgende geassocieerde deelnemingen:

Naam van de vennootschap  Zetel Aandeel in kapitaal  
    op 31 december  
    2017 2016
       
GASPOOL Balancing Services GmbH Berlin, Duitsland 16,70% 16,70%
ICE Endex Holding B.V. Amsterdam - 20,90%

GASPOOL Balancing Services GmbH is een Noord-Duitse virtuele gashandelsplaats. Het aandeel van Gasunie in de stemrechten van deze deelneming is 20%.

Op 28 juni jl. heeft Gasunie haar aandeel van 20,9% in ICE Endex Holding B.V., een Europese energiebeurs in derivaten- en spotgas, verkocht aan Intercontinental Exchange (NYSE: ICE).

De mutaties in de investeringen in geassocieerde deelnemingen zijn als volgt:

In miljoenen euro’s 2017 2016
     
Stand per 1 januari 11,5 12,4
Aandeel in resultaat na belastingen 1,3 2,8
Desinvestering Ice Endex Holding B.V. ‑10,9 -
Ontvangen dividend ‑1,2 ‑3,7
     
Stand per 31 december 0,7 11,5

Het totale aandeel van Gasunie in de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van geassocieerde deelnemingen is in 2017 € 1,3 miljoen (2016: € 2,8 miljoen).

7. Overige kapitaalbelangen

De mutaties in de overige kapitaalbelangen zijn als volgt:

In miljoenen euro’s 2017 2016
     
Stand per 1 januari 470,2 434,9
     
Mutatie reële waarde rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen 20,5 35,3
     
Stand per 31 december 490,7 470,2

De overige kapitaalbelangen zijn een belang van 9% in Nord Stream AG, 12,7% in PRISMA European Capacity Platform GmbH en 12,5% in Energie Data Services Nederland (EDSN) B.V.

De belangen in PRISMA European Capacity Platform GmbH, EDSN B.V. en Nordstream AG worden gewaardeerd tegen reële waarde. N.V. Nederlandse Gasunie hanteert bij het bepalen van de reële waarde van relevante activa een disconteringsvoet die gebaseerd is op de risicovrije rente vermeerderd met een passende risico-opslag. Deze door Gasunie gehanteerde disconteringsvoet varieert van 4% tot 7% na belastingen, afhankelijk van het risicoprofiel van het te waarderen actief.

N.V. Nederlandse Gasunie heeft een belang van 9% in Nord Stream AG, welke twee gaspijpleidingen door de Baltische Zee van Rusland naar Duitsland opereert. Het kapitaalbelang in Nord Stream AG wordt gehouden door Gasunie Infrastruktur AG en is bedoeld als een investering met een duurzaam karakter die dienstbaar is aan de doelstellingen van de N.V. Nederlandse Gasunie.

De verwachte kasstromen zijn gebaseerd op contractueel gemaakte afspraken. Indien de disconteringsvoet wijzigt met 0,5%-punt, dan leidt dit indicatief (onder overige gelijkblijvende omstandigheden) tot een wijziging in de reële waarde van € 24 miljoen ultimo 2017 (2016: € 26 miljoen).

De waardering wordt gebaseerd op de contante waarde van de kasstromen gebruik makend van een calculatiemodel welke jaarlijks door Nord Stream AG wordt geactualiseerd in het kader van het business plan. Dit model wordt ter beoordeling en goedkeuring voorgelegd aan de aandeelhouders van Nord Stream AG. Het model wordt voorts door het management van de N.V. Nederlandse Gasunie getoetst aan de hand van de periodieke rapportages van Nord Stream AG.

In 2017 heeft de vennootschap dividend ontvangen van Nord Stream AG ter grootte van € 23,9 miljoen (2016: € 27,2 miljoen).

Vanwege de relatief beperkte materialiteit van de belangen in PRISMA European Capacity Platform GmbH en EDSN B.V is een gevoeligheidsanalyse van de reële waarde berekening van deze kapitaalbelangen niet vermeld.

8. Uitgestelde belastingvorderingen

De tijdelijke verschillen tussen de waardering in de jaarrekening en de fiscale jaarcijfers van Gasunie Nederland geven aanleiding tot het opnemen van de uitgestelde belastingvorderingen. Zij kunnen als volgt worden gespecificeerd:

In miljoenen euro's 31 dec. 2017 31 dec. 2016
     
Door de Staat betaalde koopsom 1 427,6 1 480,40
Financiële instrumenten ‑0,8 ‑1,0
Materiële vaste activa ‑1 025,3 ‑1 056,2
Overige uitgestelde belastingvorderingen 0,5 6,6
     
Totaal uitgestelde belastingvorderingen 402,0 430,3

Van de uitgestelde belastingvordering heeft € 374,0 miljoen (2016: € 407,8 miljoen) een looptijd van meer dan 1 jaar.

Fiscale verwerking van de door de Staat betaalde koopsom

Bij de herstructurering van de N.V. Nederlandse Gasunie heeft in fiscale zin een informele kapitaalstorting in de vennootschap plaatsgevonden door de Staat der Nederlanden. Op grond hiervan heeft de N.V. Nederlandse Gasunie met ingang van 2005 een additioneel fiscaal afschrijvingspotentieel ontvangen in de vorm van een fiscale herwaardering van het netwerk.

De mutaties in de uitgestelde belastingvorderingen zijn als volgt:

In miljoenen euro's 2017 2016
     
Stand per 1 januari 430,3 322,5
     
Mutaties verwerkt in de winst-en-verliesrekening ‑28,5 107,4
Mutaties verwerkt in het eigen vermogen 0,1 0,4
     
Stand per 31 december 402,0 430,3

De mutaties verwerkt in de winst- en verliesrekening en het eigen vermogen over 2017 zijn als volgt te specificeren:

In miljoenen euro's Winst- en verliesrekening Eigen vermogen
     
Door de Staat betaalde koopsom ‑52,9 -
Financiële instrumenten - 0,2
Materiële vaste activa  31,0  -
Overige uitgestelde belastingvorderingen ‑6,6  
     
Totaal ‑28,5 0,2

De mutaties verwerkt in de winst- en verliesrekening en het eigen vermogen over 2016 zijn als volgt te specificeren:

In miljoenen euro's Winst- en verliesrekening Eigen vermogen
     
Door de Staat betaalde koopsom ‑52,9 -
Financiële instrumenten - 0,4
Materiële vaste activa 153,6 -
Overige uitgestelde belastingvorderingen 6,7 -
     
Totaal 107,4 0,4

9. Voorraden

De voorraden met een waarde per 31 december 2017 van € 45,8 miljoen (2016: € 39,5 miljoen) bestaan nagenoeg volledig uit onderhoudsmaterialen en onderdelen die gewaardeerd zijn op basis van gemiddelde inkoopprijzen of lagere realiseerbare waarde. In de waardering is rekening gehouden met een afwaardering van € 8,9 miljoen (2016: € 8,1 miljoen) waarbij de mutatie in de afwaardering ad € 0,8 miljoen ten laste is gebracht van het resultaat.

10. Handels- en overige vorderingen

In miljoenen euro's 31 dec. 2017 31 dec. 2016
     
Handelsvorderingen 97,2 148,5
Vorderingen op joint ventures 0,3 0,3
Vennootschapsbelasting 18,1 7,8
Overige belastingen 21,6 3,3
Overige vorderingen 24,0 22,9
     
Totaal handels- en overige vorderingen 161,2 182,8

De overige belastingen bestaan uit te vorderen omzet- en dividendbelasting.

Het totaal van de handelsvorderingen, de vorderingen op joint ventures en de overige vorderingen bedraagt € 121,5 miljoen ( 2016: € 171,7 miljoen). De ouderdomsanalyse van deze vorderingen op balansdatum is als volgt:

In miljoenen euro's Totaal   Niet vervallen en Vervallen en niet impaired        
      niet impaired          
        < 30 30-60 60-90 dagen 90-120 > 120 dagen
        dagen dagen   dagen  
                 
2017  121,5     119,5  1,9 - - - 0,1
2016 171,7   169,5 1,9 - - - 0,3

De mutaties in de voorziening voor oninbaarheid zijn als volgt:

In miljoenen euro's 2017 2016
     
Stand per 1 januari 1,2 1,1
     
Toevoegingen - 0,1
     
Stand per 31 december 1,2 1,2

Voor de bepaling van de omvang van de voorziening worden de vorderingen individueel beoordeeld en hierbij wordt voornamelijk de ouderdom van de vordering en de kredietwaardigheid van de debiteur in beschouwing genomen.

11. Geldmiddelen en kasequivalenten

In miljoenen euro’s 31 dec. 2017 31 dec. 2016
     
Banken 32,0 36,0
Callgeld en deposito's u/g 9,2 202,4
     
Totaal 41,2 238,4

De banksaldi en callgeld kennen een rentevergoeding op basis van dagrente en de deposito’s u/g kennen een marktconform rentetarief passend bij de individuele looptijd.

12. Eigen vermogen

Geplaatst kapitaal

Het maatschappelijk kapitaal op 31 december 2017 bedraagt € 756.000 en is verdeeld in 7.560 aandelen van elk € 100 nominaal. Hiervan zijn 1.513 aandelen geplaatst en volgestort. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar noot 4 van de vennootschappelijke jaarrekening.

Overige reserves

De onder de ‘overige reserves’ opgenomen posten hebben in IFRS-termen het karakter van ingehouden winsten.

13. Cash flow hedge reserve

De mutaties in de cash flow hedge reserve zijn als volgt:

In miljoenen euro’s   2017 2016
Stand per 1 januari   ‑46,3 ‑46,2
       
Overgeboekt naar de winst- en verliesrekening,   ‑0,9 ‑1,3
waarvan vennootschapsbelasting   0,2 0,3
Mutaties met betrekking tot joint ventures   10,2 0,9
       
Stand per 31 december   ‑36,8 ‑46,3

De cash flow hedge reserve ultimo 2017 heeft evenals in  2016 betrekking op een tweetal cash flow hedges. Dit betreft de cash flow hedge van de N.V. Nederlandse Gasunie gerelateerd aan een tweetal obligatieleningen en de cash flow hedge van Gate terminal B.V., een 100%-groepsmaatschappij van de joint venture Gate terminal C.V.

In miljoenen euro’s   31 december 2017   31 dec. 2016  
           
Cash flow hedge N.V. Nederlandse Gasunie,   3,2   4,1  
waarvan vennootschapsbelasting   ‑0,9   ‑1,1  
           
      2,3   3,0
           
           
Cash flow hedge Gate terminal B.V.     ‑39,1   ‑49,3
           
Totaal     ‑36,8   ‑46,3

De cash flow hedge reserve van de N.V. Nederlandse Gasunie gerelateerd aan twee langlopende obligatieleningen betreft in 2006 afgewikkelde swaptie transacties, waarvan de resultaten in de cash flow hedge reserve zijn opgenomen en vervolgens worden overgeboekt naar de winst-en-verliesrekening gedurende de resterende looptijd van de onderliggende obligatielening. Het saldo van € 2,3 miljoen ( 2016: € 3,0 miljoen) valt lineair vrij tot en met 2021.

In juli 2008 is Gate terminal B.V., een 100%-groepsmaatschappij van de joint venture Gate terminal C.V., een onderhandse lening aangegaan met variabele rente. De variabele rente is omgezet naar vaste rente met behulp van een swaptransactie. Deze transactie heeft ten doel om de wijzigingen in de (rente)kasstromen als gevolg van wijzigingen in de marktrente grotendeels te compenseren. Deze transactie is daartoe door het management specifiek aangewezen.

14. Rentedragende leningen

Het totaalbedrag van € 2.842,9 miljoen ( 2016: € 3.164,3 miljoen) aan langlopende leningen bestaat voor € 2.250,0 miljoen ( 2016: € 2.550,0 miljoen) uit langlopende obligaties en voor € 592,9 miljoen ( 2016: € 614,3 miljoen) uit onderhandse leningen. Van de langlopende obligaties op balansdatum is een bedrag van € 2.250,0 vastrentend. De onderhandse leningen op balansdatum zijn voor € 550,0 miljoen ( 2016: € 550,0 miljoen) vastrentend en voor € 42,9 miljoen ( 2016: € 64,3 miljoen) variabel rentend. Het renterisico over de variabel rentende lening is niet afgedekt. Er worden geen open valuta posities ingenomen met betrekking tot rentedragende leningen.

Voor een toelichting op de financiële risico’s die samenhangen met de rentedragende leningen en het financiële risicomanagement dat N.V. Nederlandse Gasunie toepast met het doel deze risico’s te beperken verwijzen wij naar noot 20

Mutatieoverzicht rentedragende leningen:

In miljoenen euro's 2017  2016 
     
Stand per 1 januari  3 164,3  2985,7 
     
Getrokken op onderhandse faciliteiten en uitgegeven obligatieleningen - 950,0 
Aflossingsverplichtingen in volgend boekjaar ‑321,4  ‑771,4 
     
Stand per 31 december  2 842,9  3164,3 

Overzicht toekomstige aflossingen:

In miljoenen euro's 2017 2016
Aflossingsverplichting in    
2017   771,4
2018 321,4 321,4
2019 321,5 321,5
2020 21,4 21,4
2021 800,0 800,0
2022 625,0 625,0
na 2022 1 075,0 1 075,0
Totaal van de aflossingsverplichtingen 3 164,3 3 935,7

Onderstaand volgt een overzicht van de langlopende leningen inclusief aflossingsverplichtingen.

Stand per 31 december 2017:

Restant hoofdsom oorspronkelijke lening Looptijd Effectieve rente- percentages Rente herzienings- datum Nominaal uitstaand bedrag in miljoenen euro’s
125,0 miljoen 2008-2023 4,804% niet van toepassing 125,0
125,0 miljoen 2008-2022 4,500% niet van toepassing 125,0
125,0 miljoen 2009-2024 4,266% niet van toepassing 125,0
125,0 miljoen 2010-2025 3,581% niet van toepassing 125,0
64,3 miljoen 2013-2020 0,000% 28 april en 28 oktober elk jaar 64,3
50,0 miljoen 2014-2024 1,329% niet van toepassing 50,0
300,0 miljoen 2006-2021 4,500% niet van toepassing 300,0
500,0 miljoen 2011-2021 3,625% niet van toepassing 500,0
500,0 miljoen 2012-2022 2,625% niet van toepassing 500,0
300,0 miljoen 2015-2018 0,000% per 16/01; per kwartaal 300,0
650,0 miljoen 2016-2026 1,000% niet van toepassing 650,0
300,0 miljoen 2016-2019 0,000% niet van toepassing 300,0
         
Totaal       3 164,3

Stand per 31 december  2016:

Restant hoofdsom oorspronkelijke lening Looptijd Effectieve rente- percentages Rente herzienings- datum Nominaal uitstaand bedrag in miljoenen euro’s
300,0 miljoen 2006-2021 4,500% niet van toepassing 300,0
125,0 miljoen 2008-2022 4,500% niet van toepassing 125,0
125,0 miljoen 2008-2023 4,804% niet van toepassing 125,0
750,0 miljoen 2009-2017 5,125% niet van toepassing 750,0
125,0 miljoen 2009-2024 4,266% niet van toepassing 125,0
125,0 miljoen 2010-2025 3,581% niet van toepassing 125,0
500,0 miljoen 2011-2021 3,625% niet van toepassing 500,0
500,0 miljoen 2012-2022 2,625% niet van toepassing 500,0
85,7 miljoen 2013-2020 0,000% 28 april en 28 oktober elk jaar 85,7
50,0 miljoen 2014-2024 1,329% niet van toepassing 50,0
300,0 miljoen 2015-2018 0,059% per 16/01; per kwartaal 300,0
650,0 miljoen 2016-2026 1,000% niet van toepassing 650,0
300,0 miljoen 2016-2019 0,000% niet van toepassing 300,0
         
Totaal       3 935,7

Indien de aandelen van de N.V. Nederlandse Gasunie niet meer voor 100% door de Nederlandse Staat worden gehouden, worden voor zes leningen, die zijn verstrekt door de Europese Investeringsbank van in totaal € 592,9 miljoen, de rentepercentages aangepast in overeenstemming met het kredietrisicobeleid van de geldverstrekker.

Het gewogen gemiddelde effectieve rentepercentage van de langlopende leningen bedroeg per balansdatum 2,3% (2016: 2,8% ).

Inzake de rentedragende leningen zijn geen zekerheden gesteld door de N.V. Nederlandse Gasunie.

15. Uitgestelde belastingverplichtingen

De tijdelijke verschillen tussen de waardering in de jaarrekening en de fiscale jaarcijfers van Gasunie Deutschland geven aanleiding tot het opnemen van de uitgestelde belastingverplichtingen. Zij kunnen als volgt worden gespecificeerd:

In miljoenen euro's 31 dec. 2017 31 dec. 2016
     
Materiële vaste activa 156,0 187,3
Financiële vaste activa 6,5 11,7
Voorzieningen inzake personeelsbeloningen ‑15,5 ‑15,2
Voorziening voor opruimingskosten en saneringen 19,5 18,3
Voorziening verrekening tarieven 0,4 -
Overige uitgestelde belastingverplichtingen 0,1 0,4
     
Totaal uitgestelde belastingverplichtingen 166,9 202,5

Van de uitgestelde belastingverplichting heeft € 166,9 miljoen ( 2016: € 202,2  miljoen) een looptijd van meer dan 1 jaar.

De mutaties in de uitgestelde belastingverplichtingen zijn als volgt:

In miljoenen euro's 2017 2016
     
Stand per 1 januari 202,5 210,3
     
Mutaties verwerkt in de winst-en-verliesrekening ‑35,9 ‑6,6
Mutaties verwerkt in het eigen vermogen 0,3 ‑1,2
     
Stand per 31 december 166,9 202,5

De mutaties verwerkt in de winst- en verliesrekening en het eigen vermogen in 2017 zijn als volgt te specificeren:

In miljoenen euro's Winst- en verliesrekening Eigen vermogen
     
     
Materiële vaste activa ‑31,4 -
Financiële vaste activa ‑5,3 -
Voorzieningen inzake personeelsbeloningen ‑0,7 0,3
Voorziening voor opruimingskosten en saneringen 1,2 -
Voorziening verrekening tarieven 0,3 -
Overige uitgestelde belastingverplichtingen ‑0,1 -
     
Totaal ‑35,9 0,3

De mutaties verwerkt in de winst- en verliesrekening en het eigen vermogen in  2016 zijn als volgt te specificeren:

In miljoenen euro's Winst- en verliesrekening Eigen vermogen
     
     
Materiële vaste activa 3,4 -
Financiële vaste activa ‑0,1 -
Voorzieningen inzake personeelsbeloningen ‑0,7 ‑1,2
Voorziening voor opruimingskosten en saneringen 1,2 -
Voorziening verrekening tarieven ‑10,3 -
Overige uitgestelde belastingverplichtingen ‑0,1 -
     
Totaal ‑6,6 ‑1,2

16. Personeelsbeloningen

In miljoenen euro's 31 dec. 2017 31 dec. 2016
     
Pensioenverplichtingen Gasunie Deutschland 88,1 85,5
Jubileumuitkeringen 8,7 8,7
Secundaire arbeidsvoorwaarden na pensionering 6,0 6,2
     
Totaal 102,8 100,4

Voorzieningen voor pensioenverplichtingen

Meerjarenoverzicht (stand ultimo het jaar):

In miljoenen euro's 2017 2016 2015 2014 2013
           
Contante waarde toegekende pensioenaanspraken 88,1 85,5 78 78,1 56,3
Pensioenvoorziening 88,1 85,5 78 78,1 56,3
Ervaringsaanpassingen verplichtingen van de regeling ‑1,4 ‑2,4 0,3 ‑2,0 ‑1,8

Per 1 juli 2013 is een nieuwe pensioenovereenkomst van kracht voor de werknemers in Nederland. De nieuwe pensioenovereenkomst kwalificeert in IFRS-termen als een toegezegde bijdrageregeling, waardoor de voorziening voor pensioenverplichtingen die samenhangt met de oude pensioenovereenkomst per 1 juli 2013 is vrijgevallen.

Voorziening voor pensioenverplichtingen Gasunie Deutschland

De voorziening voor pensioenverplichtingen Gasunie Deutschland heeft betrekking op de pensioenregeling van de werknemers die voor 2012 in dienst zijn getreden bij Gasunie Deutschland en welke wordt behandeld als een toegezegd-pensioenregeling.

De voorziening is als volgt opgebouwd:

In miljoenen euro's 31 dec. 2017 31 dec. 2016
     
Contante waarde toegekende pensioenaanspraken 88,1 85,5
Pensioenvoorziening 88,1 85,5

De gewogen gemiddelde looptijd van de pensioenverplichtingen bedraagt circa 20 jaar.

De aannames die ten grondslag liggen aan de berekening van de pensioenverplichtingen zijn als volgt:

  2017 2016
     
Disconteringsvoet 1,9% 1,9%
Verwachte toekomstige salarisverhogingen 2,7% 2,7%
Verwachte toekomstige pensioenverhogingen 1,7% 1,7%

Het verloop van de pensioenvoorziening is als volgt:

In miljoenen euro's 2017 2016
     
Contante waarde toegekende pensioenaanspraken    
Stand per 1 januari 85,5 78
     
Toename toegekende pensioenaanspraken 3,1 2,5
Oprenting 1,6 1,9
Actuarieel resultaat ‑1,3 3,8
Betaalde pensioenuitkeringen ‑0,8 ‑0,7
     
Stand per 31 december 88,1 85,5

De actuariële resultaten zijn als volgt opgebouwd:

In miljoenen euro's 2017 2016
     
Aanpassing in actuariële financiële veronderstellingen ‑2,7 ‑6,2
Ervaringsaanpassingen 1,4 2,4
     
Totaal actuarieel resultaat op pensioenaanspraken ‑1,3 ‑3,8

Het totaal van rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkte actuariële resultaten over 2017 bedraagt € 1,3 miljoen nadelig (2016: € 3,8 miljoen nadelig).

Het cumulatieve saldo van de actuariële winsten en verliezen, die rechtstreeks in het eigen vermogen zijn verwerkt, bedraagt ultimo 2017: € 26,3 miljoen nadelig (2016: € 27,5 miljoen nadelig).

Indien de disconteringsvoet wijzigt met 0,1%-punt, dan leidt dit indicatief (onder overige gelijk­blijvende omstandigheden) tot een wijziging in ‘contante waarde toegekende pensioenaanspraken’ van € 1,7 miljoen (2016: € 1,7 miljoen) en een wijziging in het totaal van rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkte actuariële resultaten van € 1,7 miljoen ultimo 2017 (2016: € 1,7 miljoen).

Indien de ‘verwachte toekomstige salarisverhogingen’ wijzigt met 0,1%-punt, dan leidt dit indicatief (onder overige gelijk­blijvende omstandigheden) tot een wijziging in ‘contante waarde toegekende pensioenaanspraken’ van € 0,4 miljoen (2016: € 0,4 miljoen) en een wijziging in het totaal van rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkte actuariële resultaten van € 0,4 miljoen ultimo 2017 (2016: € 0,4 miljoen).

Indien de ‘verwachte toekomstige pensioenverhogingen’ wijzigt met 0,1%-punt, dan leidt dit indicatief (onder overige gelijk­blijvende omstandigheden) tot een wijziging in ‘contante waarde toegekende pensioenaanspraken’ van € 1,3 miljoen (2016: € 1,3 miljoen) en een wijziging in het totaal van rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkte actuariële resultaten van € 1,3 miljoen ultimo 2017 (2016: € 1,1 miljoen).

De totale pensioenlasten uit hoofde van deze toegezegde-pensioenregeling in de winst- en verliesrekening bestaan uit:

In miljoenen euro's 2017 2016
     
Toename toegekende pensioenaanspraken 3,1 2,5
Oprenting 1,6 1,9
     
Totaal pensioenlasten 4,7 4,4

Voorziening voor jubileumuitkeringen

De voorziening heeft betrekking op de jubileumuitkeringen die de N.V. Nederlandse Gasunie uitkeert aan haar werknemers bij dienstjubilea.

De mutaties in de voorziening zijn als volgt:

In miljoenen euro's 2017 2016
     
Stand per 1 januari 8,6 8
     
Toevoegingen 0,6 1,1
Aanwending ‑0,5 ‑0,5
     
Stand per 31 december 8,7 8,6

Voorziening voor kosten van de secundaire arbeidsvoorwaarden na pensionering voor postactieve en gepensioneerde werknemers

De voorziening heeft betrekking op de vergoeding die de N.V. Nederlandse Gasunie verstrekt aan haar werknemers na hun pensionering.

De mutaties in de voorziening zijn als volgt:

In miljoenen euro's 2017 2016
     
Stand per 1 januari 6,2 6,6
     
Toevoegingen 0,4 0,8
Aanwending ‑0,6 ‑0,8
Vrijval - ‑0,4
     
Stand per 31 december 6,0 6,2

De voorziening heeft overwegend een langlopend karakter. De voorziening is niet afgefinancierd.

17. Voorzieningen

Voorziening voor opruimingskosten en saneringen

De mutaties in de voorziening zijn als volgt:

In miljoenen euro's 2017 2016
     
Stand per 1 januari 67,6 67,5
     
Toevoegingen 1,1 20
Aanwending ‑7,8 -/- 14,8
Vrijval ‑3,0 -/- 5,1
     
Stand per 31 december 57,9 67,6

Het kortlopend deel van de voorziening voor opruimingskosten en saneringen bedraagt ultimo 2017 € 14,7 miljoen (2016: € 10,6 miljoen).

De voorziening voor opruimingskosten en saneringen is in 2010 gevormd naar aanleiding van besluiten van het management om binnen afzienbare tijd specifieke activa buitengebruik te stellen, te verwijderen of te saneren, bijvoorbeeld naar aanleiding van nieuwe wetgeving. Zoals het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen dat per 1 januari 2011 van kracht is geworden. Dit besluit stelt (nieuwe) eisen aan het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Op grond hiervan dient de vennootschap maatregelen te nemen om de effecten voor de gezondheid van de mens en het milieu te beperken.

De voorziening heeft betrekking op saneringen van plaatsgebonden en groepsgebonden knelpunten, verplichtingen om buitengebruik gestelde aftakkingen te ontkoppelen van het net en op het besluit om bepaalde leidingdelen te herontwikkelen of te vervangen. Het saneringsprogramma is in 2011 aangevuld met reeds ontkoppelde leidingen en in 2012 uitgebreid met in het verleden van derden overgenomen leidingen. Daarnaast heeft de voorziening betrekking op circa 4% (ongeveer 80 kilometer) van het regionale gastransportnet in Noord Nederland. Van deze leidingen is niet met zekerheid is vast te stellen dat zij in het aardbevingsgebied in Groningen aardbevingen met een maximale kracht van 5,0 op de schaal van Richter kunnen doorstaan. Deze leidingen worden buiten bedrijf gesteld en verwijderd. Het is de planning dat in 2020 het laatste gedeelte van het saneringsprogramma (inclusief het project Magnitude) is uitgevoerd.

De omvang van de voorziening voor opruimingskosten wordt bepaald aan de hand van ervaringscijfers van gereed gekomen projecten.

Een voorziening voor algemene opruimingskosten op langere termijn wordt niet opgenomen omdat het thans niet aannemelijk wordt geacht dat het opruimen van transportleidingen en toebehoren aan de orde zal komen. Verwacht wordt dat de opbrengsten van een alternatieve aanwending (op termijn) verminderd met de kosten van conservering zullen opwegen tegen de (maatschappelijke) kosten van het opruimen.

18. Kortlopende financieringsverplichtingen

In miljoenen euro’s 31 dec. 2017 31 dec. 2016
     
Aflossingsverplichtingen op langlopende leningen 321,4 771,4
Kortlopende leningen 268,0 -
Kortlopende leningen aan joint ventures 13,3 23,5
     
Totaal kortlopende financieringsverplichtingen 602,7 794,9

De N.V. Nederlandse Gasunie heeft eind 2017 voor € 268 miljoen (2016: € 0,0 miljoen) aan kortlopende leningen opgenomen tegen marktconforme condities. Dit betreft opgenomen deposito’s en commercial paper.

Om aan bovenstaande kortlopende financieringsverplichtingen te kunnen voldoen beschikt de N.V. Nederlandse Gasunie over een rekening-courant faciliteit van € 25 miljoen (2016: € 25 miljoen) en over een gecommitteerde kredietfaciliteit voor kortlopende financiering van € 680 miljoen (2016: € 750 miljoen) welke in 2021 afloopt. Ultimo 2017 en 2016 is onder deze faciliteiten geen geld opgenomen. De verschuldigde rente over een opgenomen deel van de faciliteiten betreft een marktconforme variabele rente. Inzake de kredietfaciliteiten zijn geen zekerheden gesteld door de N.V. Nederlandse Gasunie.

19. Handelsschulden en overige te betalen posten

In miljoenen euro's 31 dec. 2017 31 dec. 2016
     
Handelsschulden 39,3 42,8
Afgeleide financiële instrumenten - 9,5
Vennootschapsbelasting 48,4 59,3
Overige belastingen en premies sociale verzekeringen 12,0 28,1
Overige schulden en overlopende passiva 176,3 199,9
     
Handelsschulden en overige te betalen posten 276,0 339,6

De overige belastingen en premies sociale verzekeringen bestaan met name uit te betalen omzetbelasting, premies sociale verzekeringen, nog te betalen loonheffing en heffingsrente. De overige schulden en overlopende passive bestaan met name uit opgelopen rente, te ontvangen facturen en ontvangen deposito's.

De handelsschulden en overige te betalen posten zijn niet rentedragend. Voor informatie met betrekking tot ‘afgeleide financiële instrumenten’ verwijzen wij naar punt 10 van de nadere toelichting op de geconsolideerde balans.

20. Financiële risico’s

Algemeen

De belangrijkste financiële risico’s waaraan de N.V. Nederlandse Gasunie onderhevig is, zijn het marktrisico (bestaande uit renterisico en valutarisico), het kredietrisico en het liquiditeitsrisico. De N.V. Nederlandse Gasunie past financieel risicomanagement toe met het doel deze risico’s te beperken door operationele en financiële maatregelen. Afhankelijk van de aard en omvang van de risico’s worden daartoe zo nodig specifieke instrumenten ingezet.

De afdeling Treasury is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het financiële risicomanagement op groepsniveau; het kredietrisico wordt primair bewaakt door de business units. De inzet van bepaalde risico-instrumenten behoeven de voorafgaande instemming van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur wordt periodiek gerapporteerd over de aard en omvang van de risico’s en de getroffen maatregelen.

Door de N.V. Nederlandse Gasunie kan gebruik worden gemaakt van afgeleide financiële instrumenten voor het beheersen van rente- en valutarisico’s die voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening. Het risicobeleid met betrekking tot renterisico’s is erop gericht om de effecten van de renteschommelingen op het resultaat te beperken en om op lange termijn de regulatoire vergoeding voor vreemd vermogen te volgen. Het risicobeleid met betrekking tot valutarisico’s is erop gericht om de effecten van de koersschommelingen op het resultaat te beperken.

Financiële instrumenten worden alleen ingezet voor afdekking van risico’s en niet voor handels- of andere doeleinden.

Voor de presentatie van valuta- en renterisico’s vereist IFRS 7 gevoeligheidsanalyses die de financiële effecten van redelijkerwijs hypothetische veranderingen in relevante risicovariabelen laten zien op de winst- en verliesrekening en op het eigen vermogen. De effecten worden bepaald door de hypothetische veranderingen in de risicovariabelen te relateren aan de balanswaarde van de financiële instrumenten op verslagdatum. Hierbij wordt verondersteld dat de balanswaarde op verslagdatum een representatieve weergave is voor de gehele periode.

Renterisico

Het door de vennootschap gelopen renterisico betreft het risico dat toekomstige kasstromen zullen fluctueren door veranderingen in de marktrente van rentedragende leningen met een variabele rente en van kortlopende financieringsverplichtingen. Het renterisico op de variabel rentende leningen is niet afgedekt. Daarnaast loopt de vennootschap een renterisico in de periode tussen het besluit tot en de realisatie van de uitgifte van langlopende leningen met een vaste rente.

Het variabel rentedragende deel van de langlopende leningen inclusief aflossingsverplichtingen bedraagt ultimo 2017 € 364 miljoen (2016: € 386 miljoen). Bij een rentestijging/daling van 1%-punt stijgen/dalen deze rentelasten met € 3,6 miljoen (2016: € 3,9 miljoen) per jaar.

De kortlopende leningen ultimo 2017 en 2016 zijn variabel rentend. Bij een rentestijging/daling van 1%-punt stijgen/dalen deze jaarlijkse rentelasten met € 2,8 miljoen (2016: € 0,2 miljoen).

Valutarisico

Valutarisico’s ontstaan, zoals gedefinieerd in IFRS 7, bij financiële instrumenten als deze zijn afgesloten in een valuta die ongelijk is aan de functionele valuta en als deze van een monetaire aard zijn. Het valutarisico dat de vennootschap loopt, betreft het risico dat toekomstige kasstromen van een financieel instrument, waaronder vorderingen en schulden, zullen fluctueren als gevolg van veranderingen in de wisselkoersen. 

De N.V. Nederlandse Gasunie streeft er naar om valutarisico’s te beperken. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van termijncontracten en valutaswaps. Valuta-instrumenten worden uitsluitend toegepast op basis van onderliggende posities. Valutarisico's worden afgedekt voor zover er in voldoende mate zekerheid bestaat over de omvang en het tijdstip van de kasstromen in vreemde valuta.

Ultimo 2017 was er voor € 2,7 miljoen aan verplichtingen in vreemde valuta afgedekt met termijntransacties (2016: € 2,4 miljoen). De omrekening van de vreemde valuta naar euro heeft plaatsgevonden tegen de ultimo jaarkoers.

In € miljoenen Positie Stijging/ Effect op resultaat voor belasting Effect op eigen vermogen
    daling koers    
2017        
Euro/GBP 0,7 +/- 30% 0,2 0,2
         
2016        
Euro/GBP 0,4 +/- 30% -/+ 0,1 -/+ 0,1

In de gevoeligheidsanalyse wordt rekening gehouden met de bandbreedte waarbinnen zich koersbewegingen hebben voorgedaan. Deze bandbreedtes worden intern ook gehanteerd voor potentiële risico analyses. Er zijn geen andere vreemde valutaposities van significante omvang.

Kredietrisico

Het kredietrisico bestaat uit het verlies dat zou ontstaan indien op verslagdatum tegenpartijen volledig in gebreke zouden blijven en hun contractuele verplichtingen niet na zouden komen. De onderneming loopt geen belangrijk kredietrisico ten aanzien van een enkele individuele afnemer of tegenpartij.

Bij toepassing van afgeleide financiële instrumenten hanteert de onderneming ter beperking van het tegenpartijrisico per partij strikte limieten met betrekking tot de hoogte van het risico, dat op de partij mag worden gelopen. De onderneming heeft selectiecriteria opgesteld ten aanzien van tegenpartijen van financiële instrumenten. Deze criteria beperken het risico verbonden aan mogelijke kredietconcentraties en marktrisico’s. Er is ter afdekking van het tegenpartijrisico op financiële instrumenten door tegenpartijen ultimo 2017 en 2016 geen onderpand afgegeven aan de N.V. Nederlandse Gasunie.

Ontvangen garantiestellingen

De N.V. Nederlandse Gasunie en haar groepsmaatschappijen hebben de volgende garantiestellingen ontvangen van derden:

In miljoenen euro's 31 dec. 2017     31 dec. 2016  
  Aantal Waarde   Aantal Waarde
           
Security Deposit  72  30,1    56 139,7 
Bank Guarantee  53  132,1    53 34,6 
Parent Company Guarantee  21  123,7    15 46,4 
Letter of Awareness  6  192,4    23 117,6 
Surety Agreement  13  38,1    9 29,2 
           
Totaal ontvangen garantiestellingen  165   516,4    156 367,5 

De ontvangen bankgaranties hebben voornamelijk betrekking op zekerstellingen van aannemers bij nieuwbouwactiviteiten. De ontvangen deposits en sureties betreffen zekerheden uit gastransportovereenkomsten. De deposits worden in geld aangehouden. De rente op deposits wordt aan de garantieverstrekker vergoed.

De looptijd van de ontvangen garantiestelling is over het algemeen kort van aard (1-3 jaar), maar enkele garanties kennen een looptijd van meer dan vijf jaar. De garantiestellingen zijn niet vrij overdraagbaar.

Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico betreft het risico dat de onderneming over onvoldoende liquide middelen beschikt om aan de directe verplichtingen te voldoen. Het beleid van de N.V. Nederlandse Gasunie is het reduceren van dit risico tegen minimale kosten. De mogelijkheden tot reduceren van dit risico hangt samen met de solvabiliteit van de onderneming. Als solvabele onderneming is de N.V. Nederlandse Gasunie goed in staat om kredietfaciliteiten aan te trekken. Voor de kwantificering van het risico werkt de N.V. Nederlandse Gasunie met een meerjarenplanning voor de kapitaalslasten en een liquiditeitsprognose met een horizon van minimaal een jaar voor de operationele uitgaven.

De vennootschap heeft een rekening-courant faciliteit van € 25 miljoen (2016: € 25 miljoen), een gecommitteerde kredietfaciliteit van € 680 miljoen (2016: € 750 miljoen), een Commercial Paper programma ter grootte van € 750 miljoen (2016: € 750 miljoen) en een Medium Term Note (MTN) programma ter grootte van € 7,5 miljard (2016: € 7,5 miljard). Binnen het MTN programma is ultimo 2017 € 5,0 miljard beschikbaar voor nieuwe emissies.

Rating

Gasunie’s lange termijn credit rating bij Standard & Poor’s is AA-met een stable outlook en de korte termijn rating A-1+. Bij Moody’s Investors Service is de lange termijn credit rating A2 met een positive outlook en de korte termijn rating P-1.

Dividendbeleid

De N.V. Nederlandse Gasunie streeft naar een verhouding tussen vreemd en eigen vermogen, die haar in staat stelt om haar strategie te kunnen realiseren en die leidt tot een zo hoog mogelijke credit rating welke aansluit bij de signatuur van de onderneming en het beleid van haar aandeelhouder.

Overzicht toekomstige kasstromen

Het overzicht van de vervaltermijnen van toekomstige kasstromen ter zake van langlopende en kortlopende verplichtingen uitstaand op balansdatum is als volgt:

In miljoenen euro's Totaal Direct opeisbaar < 1 jaar 1-5 jaar > 5 jaar
           
2017          
Langlopende verplichtingen          
- rentedragende leningen  2 842,9  - -  1 767,9   1 075,0 
           
Kortlopende verplichtingen          
- kortlopende financieringsverplichtingen  602,8   13,3   589,5  - -
- handelsschulden  39,3   39,3  - - -
- belastingverplichtingen  60,3   7,1   16,5  -  36,7 
           
- overige schulden en overlopende passiva  176,3   20,8   155,5  - -
           
Rentebetalingen op verplichtingen  365,5  -  83,0   236,6   45,9 
           
Totaal  4 087,1   80,5   844,5   2 004,5   1 157,6 

In miljoenen euro's Totaal Direct opeisbaar < 1 jaar 1-5 jaar > 5 jaar
           
2016          
Langlopende verplichtingen          
- rentedragende leningen 3 935,7     2 235,7  1 700,0 
           
Kortlopende verplichtingen          
- kortlopende financieringsverplichtingen 794,9 23,5  771,4  - -
- handelsschulden 45,8 45,3  0,5  - -
- belastingverplichtingen 87,5 12,3  18,3    56,9 
           
- overige schulden en overlopende passiva 196,9 16,7  156,7  - 23,5 
           
Rentebetalingen op verplichtingen 440,3 - 83,9  278,1  78,3 
           
Totaal 5 501,1 97,8 1 030,8 2 513,8 1 858,7

Verstrekte garantiestellingen

De N.V. Nederlandse Gasunie en haar groepsmaatschappijen hebben de volgende garantiestellingen afgegeven aan derden:

In miljoenen euro's 31 dec. 2017   31 dec. 2016  
  Aantal Waarde Aantal Waarde
         
Bankgaranties 4 4,6 4 4,6
Parent Company Guarantees 8 71,3 6 109,3
Sureties 4 34,5 2 30
Overig 2 61,0 - -
         
Totaal verstrekte garantiestellingen 18 171,4 12 143,9

De zekerheden worden afgegeven voor een specifieke doelstelling en hebben hoofdzakelijk betrekking op investeringsprojecten. De garantiestellingen zijn niet vrij overdraagbaar.

De looptijd van de verstrekte bankgaranties zijn kort van aard (1-2 jaar).

Als onderdeel van de acquisitie van Jordgas heeft Gasunie een garantie afgegeven gerelateerd aan het nakomen van de bepalingen in de transactie-overeenkomst.

Ten behoeve van Gate terminal B.V., een 100%-groepsmaatschappij van de joint venture Gate terminal C.V., heeft de vennootschap zich garant gesteld voor de te betalen pachtbedragen van het Havenbedrijf Rotterdam ter grootte van € 35,0 miljoen ultimo 2017 (2016: € 38,5 miljoen) en twee Sureties verstrekt van in totaal € 30,0 miljoen (2016: € 30 miljoen) aan shippers. De resterende looptijd van de garantiestelling ten behoeve van het Havenbedrijf Rotterdam is 10 jaar en ten behoeve van de twee Sureties 18 jaar.

Reële waarde en boekwaarde van financiële instrumenten

De volgende methoden zijn toegepast door de N.V. Nederlandse Gasunie om de reële waarde van financiële instrumenten te benaderen:

  • Handelsvorderingen, overige vorderingen, geldmiddelen en kasequivalenten, kortlopende financieringsverplichtingen exclusief aflossingsverplichtingen op langlopende leningen, handelsschulden en overige schulden en overlopende passiva benaderen met hun boekwaarde de reële waarde als gevolg van de korte vervaltermijn van deze instrumenten;
  • De overige kapitaalbelangen zijn gewaardeerd tegen de reële waarde welke wordt gebaseerd op de contante waarde van de verwachte kasstromen. Bij de bepaling van de disconteringsvoet is rekening gehouden met het risicoprofiel, waaronder het kredietrisico, van de overige kapitaalbelangen;
  • De rentedragende leningen en aflossingsverplichtingen op langlopende leningen betreffen obligaties met een notering op de beurs van Amsterdam en onderhandse leningen. De reële waarde van de obligaties betreft de marktwaarde tegen de slotkoers op balansdatum. De reële waarde van de onderhandse leningen is berekend door middel van het disconteren van de toekomstige kasstromen tegen de actuele rentecurve. Bij de bepaling van de disconteringsvoet is rekening gehouden met het eigen risicoprofiel, waaronder het kredietrisico; en
  • De afgeleide financiële instrumenten die de vennootschap verplichten tot het leveren van financiële activa tegen een vooraf bepaalde prijs zijn gewaardeerd tegen de reële waarde van de onderliggende financiële activa, bepaald op basis van de contante waarde van de verwachte kasstromen, rekening houdend met de tussen partijen overeengekomen contractuele bepalingen over de te hanteren waarderingstechniek en andere belangrijke inputgegevens. Hierbij wordt ook rekening gehouden met het tegenpartijrisico.

De N.V. Nederlandse Gasunie hanteert de volgende hiërarchie van waarderingstechnieken voor het bepalen en waarderen van de fair value van de financiële instrumenten in de balans:

  • Niveau 1: Op basis van op actieve markten genoteerde prijzen voor hetzelfde instrument;
  • Niveau 2: Op basis van op actieve markten genoteerde prijzen voor vergelijkbare instrumenten of op basis van andere waarderingstechnieken waarbij alle significante benodigde gegevens zijn ontleend direct of indirect aan zichtbare marktgegevens; en
  • Niveau 3: Op basis van waarderingstechnieken waarbij alle significante benodigde gegevens niet zijn ontleend aan zichtbare marktgegevens.

De in de balans op reële waarde gewaardeerde activa en passiva zijn volgens de volgende hiërarchie bepaald:

In  € miljoenen Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
         
2017        
- overige kapitaalbelangen 490,7 - - 490,7
- afgeleide financiële instrumenten - - - -
         
2016        
- overige kapitaalbelangen 470,2 - - 470,2
- afgeleide financiële instrumenten 9,5 - - 9,5

Op 28 juni jl. heeft Gasunie haar aandeel van 20,9% in ICE Endex Holding B.V., verkocht aan Intercontinental Exchange (NYSE: ICE), nadat ICE haar koopoptie heeft uitgeoefend. De vrijval van de negatieve waarde van de koop-/verkoopoptie van € 9,5 miljoen is gepresenteerd onder het resultaat desinvesteringen deelnemingen.

De mutaties in de overige kapitaalbelangen zijn als volgt:

In € miljoenen 2017 2016
     
Stand per 1 januari 470,2 434,9
     
Mutatie reële waarde rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen 20,5 35,3
     
Stand per 31 december 490,7 470,2

Het deel van de langlopende leningen met een vaste rente bedraagt ultimo 2017 € 2.800 miljoen (2016: € 2.800 miljoen). Onderstaand is een vergelijking opgenomen van de financiële instrumenten waarvan de boekwaarde geen benadering is van de reële waarde:

In € miljoenen  2017      2016   
  Boekwaarde Reële waarde   Boekwaarde Reële waarde
           
Rentedragende leningen  2 842,9   3 146,8     3 164,3   3 532,4 
Kortlopend deel van de rentedragende leningen          
  321,4  322,2     771,4   781,2 

De reële waarde van deze financiële instrumenten zijn volgens de volgende hiërarchie bepaald:

In € miljoenen Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
         
2017        
- rentedragende leningen 3 146,8 2 434,8  712,0  -
- kortlopend deel van de rentedragende leningen  322,2  300,7 21,5 -
         
2016        
- rentedragende leningen 3 532,4 2 773,9 758,5  
- kortlopend deel van de rentedragende leningen 781,2 759,8 21,4 -

Bij een rentestijging/daling van 1%-punt daalt/stijgt de reële waarde van deze financiële instrumenten met € 170,4 miljoen (2016: € 202,2 miljoen).

21. Niet in de balans opgenomen verplichtingen

Investeringsverplichtingen

Ultimo 2017 heeft de N.V. Nederlandse Gasunie voor € 514 miljoen niet in de balans opgenomen verplichtingen inzake investeringsprojecten tegen € 60 miljoen in 2016. De toename hangt met name samen met de deelname in het EUGAL-project.  In 2017 is in de investeringsverplichtingen begrepen een bedrag van € 73 miljoen (2016: € 54 miljoen) voor vervangingsinvesteringen.

Leaseverplichtingen (operational lease)

De totale leaseverplichtingen ultimo 2017 bedragen € 113 miljoen (2016: € 107 miljoen). Deze zijn als volgt te specificeren:

In € miljoenen Verplichting Verplichting
Looptijd per 31 dec. 2017 per 31 dec. 2016
     
0 – 1 jaar 10 9
1 – 5 jaar 21 18
> 5 jaar 82 81

Deze verplichtingen hebben met name betrekking op de operational leaseovereenkomsten van bedrijfsterreinen en van bedrijfswagens en personenauto’s. De vaste leasevergoeding van bedrijfswagens en personenauto’s is mede gebaseerd op de waarde van het leaseobject en de verwachte exploitatiekosten op basis van een genormeerde kilometrage per jaar. Daarnaast geldt een variabele vergoeding per kilometer indien het aantal genormeerde kilometers wordt overschreden. De gemiddelde resterende looptijd van de leaseverplichtingen van de bedrijfswagens en personenauto’s is circa 2 jaar. De leaseverplichting voor de bedrijfsterreinen eindigt in 2048.

De werkelijke operational leasekosten betreffende bedrijfsterreinen, bedrijfswagens en personenauto’s over 2017 bedroegen € 9,9 miljoen (2016: € 9,3 miljoen).

Overige verplichtingen

De overige verplichtingen ultimo 2017 bedragen € 197 miljoen (2016: € 374 miljoen). Deze verplichtingen zijn als volgt samengesteld:

Looptijd Contractwaarde Contractwaarde
  per 31 dec. 2017 per 31 dec. 2016
     
0 – 1 jaar  € 57 miljoen € 73 miljoen
1 – 5 jaar € 134 miljoen € 238 miljoen
> 5 jaar € 6 miljoen € 63 miljoen

De overige verplichtingen hebben betrekking op verplichtingen die zijn aangegaan bij leveranciers ten behoeve van het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten.