Onze stakeholders aan het woord

Karel Postulart - Nuon Vattenfall

Karel Postulart - Nuon Vattenfall

lees het interview

Karel Postulart - Nuon Vattenfall

Karel Postulart is technisch specialist bij Nuon Vattenfall. Eind 2016-begin 2017 vond er groot onderhoud plaats op twee gasgestookte elektriciteitscentrales van Nuon in Velsen. De levensduur van beide centrales is verlengd en alle besturingssystemen zijn aangepast aan de nieuwste standaarden. Deze werkzaamheden werden gecombineerd met renovatiewerkzaamheden van Gasunie op het gasontvangstation dat bij de centrales staat. Tevens werd de capaciteit van het station uitgebreid. De werkzaamheden werden in nauwe samenwerking tussen Gasunie en Nuon uitgevoerd waarbij Karel Postulart optrad als liaison tussen beide partijen.

‘We hebben vanaf de voorbereiding veel en goed contact met elkaar gehad over de werkzaamheden, met name met de projectmanager van Gasunie. Er zijn altijd knelpunten die moeten worden opgelost, er moet ruimte beschikbaar zijn en er zijn milieu- en bodemzaken die moeten worden uitgezocht. Op onze terreinen moet volgens onze regels worden gewerkt en daar moeten ook de medewerkers van Gasunie en hun aannemers zich aan houden. Voor ons was het belangrijk dat het gas bleef stromen zodat de elektriciteitsproductie in stand kon blijven. Om dat mogelijk te maken hebben wij zelf ook enkele aanpassingen gedaan in ons eigen netwerk. Ik heb veel waardering voor de inbreng van Gasunie. Onze zorgen werden goed opgepakt en dat gaf vertrouwen. De voorbereiding verliep prima en de werkzaamheden werden zorgvuldig uitgevoerd. Er liggen veel kabels en leidingen op het terrein en die mochten natuurlijk niet geraakt worden. Dat is ook niet gebeurd en alles is conform planning verlopen. Wat mij betreft niets dan lof.’

Arjen Blom - Gasunie

Arjen Blom - Gasunie

lees het interview

Arjen Blom - Gasunie

In oktober 2017 werd bekend dat bij een groot aantal bedrijven in Nederland werkzaamheden waren uitgevoerd waarbij met asbest vervuild straalgrit was gebruikt. Het grit was afkomstig van een grote landelijke leverancier. Een aannemer die op dat moment op installatie Wieringermeer met grit van deze leverancier aan het werk was lichtte meteen installatiemanager Arjen Blom in.

‘De aannemer was bezig met het stralen van onze bovengrondse leidingen zodat deze daarna opnieuw geschilderd konden worden. Deze straalwerkzaamheden vinden altijd plaats in tenten om verspreiding van het straalgrit tegen te gaan. Nadat de aannemer hoorde dat het grit dat hij gebruikte mogelijk besmet was met asbest, heeft hij de werkzaamheden onmiddellijk stopgezet. Hij heeft een gecertificeerde instantie gevraagd monsters te nemen van het straalgrit. Ook zijn er luchtmonsters en kleefmonsters genomen. Het resultaat was dat alleen in de monsters van het straalgrit sporen van asbest zijn gevonden en in alle andere monsters niet. Er is geen asbest aangetroffen op kleding, werkplekken in de kantoorruimten en in de kantine. Het grit is vervolgens conform de daarvoor geldende regels opgeruimd. Ook op andere locaties van Gasunie is met dit grit gewerkt en in de meeste gevallen bleek het grit geen sporen van asbest te bevatten. Op een paar locaties was dat wel het geval. Hoewel er sprake was van een zeer geringe hoeveelheid asbest die zich bovendien alleen aan het grit hechtte, zijn de opruimwerkzaamheden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid aangepakt. Ze hebben een aantal weken in beslag genomen want alles, bijvoorbeeld ook de steigers waarop de aannemer aan het werk was, moest volgens de regels worden afgebroken, schoongemaakt en afgevoerd. Ik denk dat we goed gereageerd hebben op deze situatie. We waren er snel bij, we hebben meteen onderzocht of het grit ook op andere locaties van Gasunie was gebruikt, we hebben de medewerkers en de Arbeidsinspectie geïnformeerd en we hebben erop toegezien dat de aannemer de juiste maatregelen trof. De ernst en omvang van de besmetting bleken zeer beperkt te zijn. Ik ga er vanuit dat de landelijke controle op het grit wordt verbeterd want dit voorval heeft op heel veel bedrijven in Nederland een grote impact gehad.’

Gerard Essing - SCW Systems

Gerard Essing - SCW Systems

lees het interview

Gerard Essing - SCW Systems

In Alkmaar is in 2017 een fabriek gebouwd voor de omzetting van natte biomassa, afkomstig van rest- en afvalstromen, in duurzaam gas en herbruikbare grondstoffen. SCW Systems en Gasunie New Energy werken hierin nauw samen. Het gas dat in dit proces wordt gevormd voldoet aan wettelijke kwaliteitseisen en kan direct onder hoge druk worden ingevoed in het gastransportnet van Gasunie. Voor het proces wordt gebruikgemaakt van een nieuwe, innovatieve techniek: superkritisch (water) vergassen. De fabriek is de eerste industriële superkritische vergasser in de wereld. Gerard Essing is directeur van SCW Systems en projectleider van de activiteiten die in Alkmaar plaatsvinden.

‘In Alkmaar bootsen we de natuur na, alleen in een hoger tempo. Als water warmer is dan 375 0C en de druk hoger dan 221 bar krijgt water een andere verschijningsvorm: de superkritische fase. Natte biomassa, zoals rioolslib en drijfmest, wordt dan omgezet in de gassen methaan, waterstof en CO2 en in de mineralen ammoniak en fosfaat. Het water dat overblijft is schoon en kan zo worden hergebruikt. Voor alle elementen zijn weer toepassingen te vinden zodat we met dit proces een belangrijke bijdrage leveren aan een duurzame kringloop en daarmee aan de klimaatdoelstellingen van Nederland. De gassen komen op hoge druk beschikbaar en kunnen in het gastransportnet van Gasunie worden opgenomen. Daarom kan deze ontwikkeling juist voor Nederland veel betekenen. Er ligt een uitgebreide gasinfrastructuur die we zo kunnen benutten. In principe kunnen alle gassen die vrijkomen in proces in het netwerk van Gasunie worden opgenomen maar we beginnen met methaan. De waterstof mengen we met CO2 waardoor er extra methaan ontstaat. Gasunie en SCW Systems werken nauw samen. Gasunie heeft veel kennis van en ervaring met het industrialiseren van gasbehandelingsprocessen. Dat is waardevol in combinatie met SCW’s innovaties en ervaring met superkritische watersystemen. Ik verwacht dat we eind 2018 het eerste 100% methaangas aan het net kunnen leveren. Het proces is bijzonder energie-efficiënt. Het levert 3 tot 6 keer meer energie op dan ervoor nodig is. In Nederland verbruiken we nu ruim 2.000 Petajoules energie per jaar. Met Nederlandse biomassa kan via superkritische watervergassing maximaal circa 200 Petajoules worden opgewekt. Deze eerste demonstratiefabriek alleen al kan jaarlijks 20 MW leveren. Ik heb dan ook hoge verwachtingen van deze mogelijkheid om op grote schaal van biomassa groen gas te maken. Wat mij betreft blijft het niet bij deze fabriek in Alkmaar.’

Alfons Krom - Gasunie

Alfons Krom - Gasunie

lees het interview

Alfons Krom - Gasunie

Alfons Krom is werkzaam als specialist materiaalintegriteit bij de afdeling Veiligheid, Gezondheid en Milieu (VGM) van Gasunie. Hij is gepromoveerd op de effecten van waterstof op de mechanische eigenschappen van staal. Vanuit TNO was hij destijds betrokken bij het project NaturalHy, een Europees onderzoeksproject naar de mogelijkheid om gastransportnetten te gebruiken voor het transport van waterstof. Vanwege zijn grote kennis van de materie is Alfons nauw betrokken bij de waterstofprojecten van Gasunie.

‘Uit het onderzoeksproject blijkt dat het staal dat we gebruiken voor onze leidingen ook geschikt is voor het transport van waterstof. Onze infrastructuur kan dus ook in de toekomst van grote waarde zijn. Naar waterstof is al heel veel onderzoek gedaan. Het is geen nieuw gas, er is al veel ervaring mee, onder meer in de petrochemische industrie. Waterstof lijkt erg op methaan maar er zijn ook verschillen. De waterstofmoleculen zijn kleiner dan methaanmoleculen en de energie die nodig is om waterstof te ontsteken is aanzienlijk lager. Daar moet je rekening mee houden als je bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren. Samen met de collega's van de afdeling VGM kijken we naar de arbeidsveiligheid en de externe veiligheid. Om onze kennis van waterstof verder uit te breiden zijn we van plan een testopstelling te bouwen. Zo kunnen we het gedrag van waterstof in verschillende onderdelen van onze infrastructuur onderzoeken en laten zien. Collega’s kunnen op deze manier ervaring opdoen met deze, voor Gasunie, nieuwe energiedrager.’   

Rainier Stolk - Innogy

Rainier Stolk - Innogy

lees het interview

Rainier Stolk - Innogy

Rainier Stolk is Regulatory Affairs Manager Gas voor Nederland en België bij Innogy. In die hoedanigheid onderhoudt hij nauwe contacten met Gasunie Transport Services B.V. (GTS).

‘Wij leveren gas aan eindverbruikers zoals huishoudens en industrieën. Qua omvang zijn wij één van de grotere gebruikers van de infrastructuur van GTS. We hebben een jarenlange relatie met elkaar en we treffen elkaar regelmatig, bijvoorbeeld op de shippersmeetings. GTS heeft de wettelijke taak om te zorgen voor voldoende transportcapaciteit. Die taak wordt steeds lastiger want er verandert voortdurend wat in het energielandschap. Hoe geven ze daar in de komende jaren invulling aan? Gas blijft nog wel een aantal jaren een belangrijke energiebron, daarom blijft ook de gasinfrastructuur van belang. Ook voor transport en opslag van meer duurzame energiebronnen, zoals biogas en waterstof. Nederland staat voor de grote uitdaging om de CO2-emissie te reduceren. Welke rol speelt aardgas nog in de transitiefase? De toekomst is niet te voorspellen maar daarom kunnen we ons er nog wel zo goed mogelijk op voorbereiden. Onze relatie met GTS biedt die ruimte. Mijn ervaring is dat ze bereid zijn te luisteren en dat goede argumenten kunnen leiden tot aanpassing van het beleid. GTS faciliteert ons en denkt mee om de kosten beperkt te houden, met name voor de huishoudens. Ik zou het waarderen als GTS ons en andere partijen nog vaker om onze mening zou vragen, zodat daar in de besluitvorming rekening mee kan worden gehouden. Dat gebeurt nu niet altijd,  bijvoorbeeld bij de opheffing van het exitpunt Julianadorp. Gezien het lerend vermogen van GTS vertrouw ik erop dat we ook over dit soort onderwerpen het gesprek met elkaar blijven aangaan. Dat zou uitstekend passen in de goede relatie die we met elkaar hebben.’            

Allard Castelein - Havenbedrijf Rotterdam

Allard Castelein - Havenbedrijf Rotterdam

lees het interview

Allard Castelein - Havenbedrijf Rotterdam

Het Havenbedrijf Rotterdam wil de haven wereldwijd koploper maken in de energietransitie. Daarvoor werkt het Havenbedrijf nauw samen met de bedrijven in het gebied, overheidsinstanties en met andere partijen die ook een bijdrage aan de overgang naar een klimaatneutrale, CO2-vrije energietoekomst leveren, zoals Gasunie.

Allard Castelein, CEO van het Havenbedrijf Rotterdam, vindt deze samenwerking belangrijk, onder andere vanwege de specifieke expertise die Gasunie biedt met betrekking tot grootschalige ‘open’ energietransportnetwerken.

‘We willen de haven van Rotterdam ontwikkelen tot de plaats waar de energietransitie vorm krijgt. Dat zijn we ook aan onze stand verplicht. De bedrijven in het havengebied gebruiken veel energie in hun productieprocessen. Een substantieel deel daarvan is fossiele energie waardoor ze samen circa 20% van de totale CO2-uitstoot in Nederland voor hun rekening nemen. Om de klimaatdoelstellingen van Parijs te kunnen halen, moet deze emissie worden teruggedrongen. De haven van Rotterdam is belangrijk voor de Nederlandse economie en voor de werkgelegenheid. Zo’n 180.000 mensen zijn in of voor de haven werkzaam. Samenwerking tussen publieke en private partijen is cruciaal voor de energietransitie. Het Havenbedrijf kan initiëren, faciliteren en coördineren. Ik zie veel beweging en enthousiasme bij bedrijven om hierin mee te gaan en ook bij andere partijen die hun expertise inbrengen.‘

Kwalitatief hoogwaardige kennis

‘Ik ken Gasunie als een betrouwbare partner die kwalitatief hoogwaardige kennis heeft van open netwerken. Daarom heb ik hen benaderd voor de Warmtealliantie Zuid-Holland, een coalitie van partijen met als doel om restwarmte van de industrie via bestaande en nieuwe leidingen naar potentiële afnemers te brengen, zoals tuinders, particuliere huishoudens en bedrijven. Ook andere warmte-aanbieders, bijvoorbeeld warmte afkomstig van biomassa of geothermie, gaan een belangrijke rol in het netwerk spelen. De winst zit vooral in het vermijden van aardgas  - zo’n 1,3 miljard m3 - voor verwarming bij de eindgebruikers. En daarmee wordt substantieel bijgedragen aan het bereiken van de klimaatdoelen.’

Samenwerking

‘Daarnaast werken we samen aan de ontwikkeling van een nieuw aan te leggen netwerk voor het afvangen, transporteren en ondergronds opslaan van CO2 in de Noordzee. We zijn ook betrokken bij een project dat onlangs is gestart voor de aanleg van één of meerdere energie-eilanden voor de kust. Een groot aantal windturbines en offshore-windparken kan op zo’n eiland worden aangesloten waarna de windenergie naar land kan worden getransporteerd als groene stroom of omgezet tot duurzame waterstof. De realisatie van Gate terminal bracht ook ons enkele jaren geleden ook in een nauwe samenwerking met Gasunie. We komen elkaar dus vaak tegen en de contacten verlopen plezierig, zowel in projectteams als op directieniveau. We staan voor dezelfde uitdaging, we delen dezelfde ambitie en we hebben het vertrouwen dat we daar samen een succes van gaan maken.’