Financiële resultaten

Gerapporteerde kerncijfers

Gerapporteerde kerncijfers
  2017 2016
In € miljoenen    
     
Opbrengsten 1 241  1 548 
Totale lasten -/- 910 -/- 1.265
     
Bedrijfsresultaat 331  283 
Financiële baten en lasten -/- 77 -/- 125
Resultaat deelnemingen 47  61 
     
Resultaat voor belastingen 301  219 
Belastingen -/- 42 -/- 36
     
Resultaat na belastingen 259  183 

Opbrengsten

De opbrengsten zijn in 2017 met € 307 miljoen afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Deze daling wordt met name veroorzaakt door een afname van de toegestane omzet van GTS als gevolg van het methodebesluit en regulatoire verrekeningen vanuit voorgaande jaren. Daarnaast zijn enkele lange-termijncontracten afgelopen in de niet-gereguleerde business.

Bedrijfsresultaat

Het bedrijfsresultaat is gestegen met € 48 miljoen ten opzichte van vorig jaar. De impairment van € 150 miljoen op het gastransportnet in Duitsland heeft een effect van € 117 miljoen negatief op het bedrijfsresultaat en van € 33 miljoen negatief op het resultaat deelnemingen. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar ‘regulatoire verrekeningen’ elders in dit hoofdstuk.

Vorig jaar werd ons bedrijfsresultaat eveneens beïnvloed door een bijzondere waardevermindering. Deze bijzondere waardevermindering bedroeg € 450 miljoen en had betrekking op het gastransportnet in Nederland. Exclusief de bijzondere waardevermindering in 2016 en de bijzondere waardevermindering dit jaar, bedraagt de daling van het bedrijfsresultaat € 285 miljoen (het genormaliseerde bedrijfsresultaat).

De daling van het genormaliseerde bedrijfsresultaat is met name het gevolg van de eerder genoemde daling van de opbrengsten. De daling van de opbrengsten wordt voor een deel gecompenseerd door lagere lasten. Deze daling van de lasten wordt onder andere veroorzaakt doordat vorig jaar, in tegenstelling tot dit jaar, forse voorbereidingskosten zijn gemaakt voor de eventuele bouw van een stikstoffabriek. Daarnaast waren dit jaar minder toevoegingen aan voorzieningen noodzakelijk.

Ondanks een toename van de inzet van stikstof bij de conversie van hoog- naar laagcalorisch gas als gevolg van een verdere daling van de productie uit het Groningenveld, lagen de totale energiekosten voor het gastransport op hetzelfde niveau als vorig jaar. Dit is met name het gevolg van lagere tarieven ten opzichte van vorig jaar.

Resultaat na belastingen

Het resultaat na belastingen is toegenomen met € 76 miljoen ten opzichte van vorig jaar. Exclusief de bijzondere waardeverminderingen in 2016 en 2017 (het genormaliseerde resultaat na belastingen) is sprake van een afname van € 151 miljoen, hetgeen met name wordt veroorzaakt door een afname van het bedrijfsresultaat.

De financiële lasten zijn aanzienlijk afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Deze afname wordt met name veroorzaakt door een daling van de totale rentedragende schuld.

Exclusief de bijzondere waardevermindering in 2017, is ons resultaat deelnemingen  gestegen met € 19 miljoen (zie de genormaliseerde kerncijfers). Deze stijging is het gevolg van de verkoop van ons aandeel in de Europese energiebeurs ICE Endex.

Genormaliseerde kerncijfers

Genormaliseerde kerncijfers
  2017 2016
In € miljoenen    
     
Opbrengsten 1 241  1 548 
Totale lasten *) -/- 793 -/- 815
     
Bedrijfsresultaat 448  733 
Financiële baten en lasten -/- 77 -/- 125
Resultaat deelnemingen *) 80  61 
     
Resultaat voor belastingen 451  669 
Belastingen -/- 81 -/- 148
     
Resultaat na belastingen 370  521 

*) Genormaliseerd voor de effecten van de impairment in 2017 (€ 150 miljoen) en in 2016 (€ 450 miljoen)

Investeringen

In 2017 is Gasunie Deutschland voor 16,5% partner geworden in het pijpleidingproject EUGAL. Dit is een meerjarig investeringsproject waarbij een pijpleiding van 485 kilometer wordt aangelegd in Duitsland. De totale investeringswaarde voor Gasunie Deutschland bedraagt circa € 475 miljoen.

Daarnaast lopen een aantal andere meerjarige projecten zoals het nog beter aardbevingsbestendig maken van ons netwerk en het bijna afgeronde investeringsproject Jason. Met het Jason-project worden de huidige ICT-systemen ten aanzien van gastransport vervangen door een nieuw gastransport management systeem. De totale investeringswaarde van het Jason-project bedraagt circa € 100 miljoen. De verwachte ingebruikname van het nieuwe gastransport management systeem is in het eerste half jaar van 2018.

De nadruk zal de komende jaren blijven liggen op vervanging en onderhoud van ons bestaande gastransportnetwerk en overige bedrijfsmiddelen. De vervangings- en onderhoudsinvesteringen zullen naar verwachting de komende jaren afnemen als gevolg van een herijking van het meerjarig vervangingsprogramma. Door nieuwe initiatieven op het gebied van duurzame energie zullen onze investeringen in business development naar verwachting in het komende jaar toenemen. Het verwachte bedrag aan investeringen voor business development bedraagt in 2018 circa € 20 miljoen.

Voor de komende 3 jaar verwachten wij een investeringsniveau tussen de € 250 en € 350 miljoen. In 2017 bedroeg het investeringsniveau € 260 miljoen.

Financiële vooruitzichten

We verwachten dat het bedrijfsresultaat voor de komende jaren in lijn zal liggen met het genormaliseerde bedrijfsresultaat van dit jaar. De toegestane opbrengsten zullen de komende jaren dalen als gevolg van het ingaan van de nieuwe reguleringsperiode voor Gasunie Deutschland en het methodebesluit 2017-2021 voor Gasunie Transport Services, echter deze omzetdaling is de komende jaren nog niet volledig zichtbaar vanwege regulatoire verrekeningen uit het verleden. De totale kosten en financiële lasten zullen naar verwachting relatief stabiel blijven, waardoor het netto resultaat de komende jaren in lijn zal liggen met het genormaliseerde netto resultaat van dit jaar.

Regulering netbeheerders

De omzet van de netbeheerders in Nederland en Duitsland is gereguleerd. De tarieven die we aan onze klanten in rekening brengen worden jaarlijks vastgesteld door de toezichthouders. De toezichthouder in Nederland is de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en in Duitsland de Bundesnetzagentur (BNetzA).

Regulatoire verrekeningen

Zowel in Nederland als in Duitsland geldt een systeem van omzetregulering: de tarieven worden bepaald door de toegestane omzet voor het betreffende jaar te delen door de geschatte de omvang van de capaciteitsboekingen. De toegestane omzet bestaat uit een kapitaalkostenvergoeding voor het geïnvesteerd vermogen, een vergoeding voor de jaarlijkse afschrijvingskosten (berekend op basis van de door de toezichthouder vastgestelde afschrijvingstermijnen en activawaarde) en een vergoeding voor de operationele kosten.

Wanneer de behaalde omzet afwijkt van de toegestane omzet, wordt het verschil in omzet verrekend in volgende jaren. Onder de huidige IFRS regels is het niet toegestaan om regulatoire verrekeningen als vordering of schuld in de balans te verantwoorden. Als gevolg hiervan vindt verantwoording van regulatoire verrekeningen onder IFRS niet plaats in het jaar waarin ze zijn ontstaan, maar in het jaar waarin de verrekeningen in de tarieven plaatsvinden. Dit leidt tot timingsverschillen tussen IFRS en het regulatoire verdienmodel die periodieke impairments tot gevolg kunnen hebben.

In de Duitse regulering is bepaald dat netbeheerders tijdens de bouwfase van een uitbreidingsinvestering al een investeringsvergoeding krijgen. Na ingebruikname van de investering dient deze investeringsvergoeding terug betaald te worden over een periode van 20 jaar. Deze terugbetaling vindt plaats door middel van verrekening in de tarieven. Nominaal is deze regeling neutraal, echter door het naar voren halen van de investeringsvergoedingen ontstaat een positief nettocontante waarde-effect. Gasunie Deutschland heeft in de afgelopen tien jaar grote uitbreidingsinvesteringen gedaan en heeft hiermee forse investeringsvergoedingen naar voren weten te halen. Het zwaartepunt van de terugbetaalverplichting ligt in de periode vanaf 2023 met een aanzienlijke opbrengstendaling tot gevolg. De voor dit effect genormaliseerde opbrengsten vertonen echter een stabiel patroon.

In de onderstaande overzichten is de omzet gecorrigeerd voor regulatoire verrekeningen, als gevolg van afwijkingen tussen de toegestane en werkelijke omzet en energiekosten (ENF), weergegeven. Voorts is de omzet van Gasunie Deutschland gecorrigeerd voor ontvangen investeringsvergoedingen. Bijzondere verrekeningen, zoals verrekeningen als gevolg van beroepsprocedures, zijn in de onderstaande overzichten buiten beschouwing gelaten.

Gasunie Transport Services 2017 2016
In € miljoenen    
     
Opbrengsten op basis van IFRS grondslagen  928   1 208 
Regulatoire verrekeningen jaar T; van voorgaande jaren 49 ‑22
Afwijking behaalde omzet/ENF en toegestane omzet/ENF jaar T ‑6 ‑25
Investeringsvergoedingen - -
     
Opbrengsten gecorrigeerd voor regulatoire verrekeningen 971 1 161

Gasunie Deutschland 2017 2016
In € miljoenen    
     
Opbrengsten op basis van IFRS grondslagen 224 235
Regulatoire verrekeningen jaar T; van voorgaande jaren 3 2
Afwijking behaalde omzet/ENF en toegestane omzet/ENF jaar T 36 31
Investeringsvergoedingen ‑20 ‑20
     
Opbrengsten gecorrigeerd voor regulatoire verrekeningen 243 248

Voor GTS is het gereguleerde opbrengstenniveau in 2017 met ongeveer € 200 miljoen gedaald ten opzichte van de voorgaande reguleringsperiode. In de jaren voorafgaand aan 2016 was het gereguleerde opbrengstenniveau vergelijkbaar met 2016. De gereguleerde opbrengsten van GUD waren in 2016 en 2017 stabiel op een niveau van ongeveer € 250 miljoen. Dit is conform het beeld van de jaren daarvoor.

De EBITDA gecorrigeerd voor bovengenoemde regulatoire verrekeningen (het onderliggende resultaat) bedraagt in 2017 € 814 miljoen en is met ongeveer € 200 miljoen afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Deze afname wordt met name veroorzaakt door een lager gereguleerd opbrengstenniveau van GTS.

In de tarieven van 2017 is een bedrag verrekend van € 52 miljoen vanuit voorgaande jaren. Dit bedrag bestaat uit een negatieve verrekening van € 49 miljoen voor Gasunie Transport Services en een negatieve verrekening van € 3 miljoen voor Gasunie Deutschland.

In 2017 bedraagt de afwijking tussen de toegestane omzet en energiekosten en de werkelijke omzet en energiekosten € 30 miljoen. Voor Gasunie Transport Services bedraagt dit verschil € 6 miljoen (meer omzet/energiekosten dan toegestaan) en voor Gasunie Deutschland € 36 miljoen (minder omzet/energiekosten dan toegestaan).  Deze bedragen worden verrekend in de tarieven van de volgende jaren.

Gasunie Deutschland heeft in 2017 een bedrag van ca. € 20 miljoen aan investeringsvergoedingen ontvangen en in de IFRS opbrengsten verantwoord. Dit bedrag wordt echter eveneens verrekend in de tarieven van de volgende jaren.

De onderstaande overzichten tonen het verloop van de te verrekenen regulatoire vorderingen en schulden welke niet in de balans op basis van IFRS grondslagen zijn opgenomen. In de onderstaande overzichten zijn eveneens de bijzondere verrekeningen buiten beschouwing gelaten.

Overzicht van te verrekenen regulatoire bedragen 2017 2016
In € miljoenen    
     
Gasunie Transport Services    
     
Te verrekenen op 1 jan. ‑75 ‑28
Regulatoire verrekeningen jaar T; van voorgaande jaren 49 ‑22
Afwijking behaalde omzet/ENF en toegestane omzet/ENF jaar T ‑6 ‑25
Investeringsvergoedingen - -
     
Te verrekenen op 31 dec. ‑32 ‑75
     
Gasunie Deutschland    
     
Te verrekenen op 1 jan. ‑32 ‑45
Regulatoire verrekeningen jaar T; van voorgaande jaren 3 2
Afwijking behaalde omzet/ENF en toegestane omzet/ENF jaar T 36 31
Investeringsvergoedingen ‑20 ‑20
     
Te verrekenen op 31 dec. ‑13 ‑32

Ultimo 2017 dient een bedrag van € 45 miljoen te worden verrekend (schuld). Dit bedrag bestaat uit een te verrekenen bedrag voor Gasunie Transport Services van € 32 miljoen en voor Gasunie Deutschland van € 13 miljoen. In het onderstaande overzicht is dit bedrag gesplitst naar de perioden waarin de bedragen in de tarieven, en in de jaarrekening op basis van IFRS grondslagen, worden verrekend:

Te verrekenen bedragen naar looptijd ultimo 2017 Totaal 0-1 jaar 2-5 jaar > 5 jaar
In € miljoenen        
         
Gasunie Transport Services ‑32 ‑26 ‑6 0
Gasunie Deutschland ‑13 8 54 ‑75
         
Totaal te verrekenen ‑45 ‑18 48 ‑75
         
waarvan te verrekenen investeringsvergoedingen ‑80 ‑1 ‑4 ‑75

Voor Gasunie Deutschland wordt in de komende reguleringsperiode (5 jaar) een bedrag van positief € 62 miljoen verrekend, in de daarop volgende periode (vanaf 2023) wordt een bedrag van negatief € 75 miljoen verrekend.

Nieuwe reguleringsperiode Duitsland

De toezichthouder in Duitsland heeft in 2017 de toegestane omzet voor de komende reguleringsperiode (2018-2022) vastgesteld. Hierbij is Gasunie Deutschland opnieuw 100% efficiënt verklaard door de toezichthouder. Hiermee is dit startpunt voor de nieuwe reguleringsperiode positief te noemen.

Gasunie Deutschland is in de afgelopen reguleringsperiode, 2013-2017, in staat geweest om efficiënt en effectief te opereren en heeft hiermee additioneel resultaat weten te realiseren.

De komende perioden nemen de mogelijkheden om additioneel resultaat te realiseren in aard en omvang af. Dit komt enerzijds door verdere ontwikkelingen in het reguleringskader. Anderzijds worden in de komende perioden de eerder ontvangen investeringsvergoedingen via de tarieven, en in de jaarrekening op IFRS grondslagen, verrekend. Dit leidt tot lagere inkomsten. Het totale bedrag aan te verrekenen investeringsvergoedingen bedraagt ultimo 2017 ca. € 80 miljoen, zie hiervoor de paragraafregulatoire verrekeningen’.

De vaststelling van nieuwe regulatoire parameters, hetgeen eens per 4-5 jaar plaatsvindt, is volgens de IFRS regels aanleiding voor het uitvoeren van een impairment test (her-evaluatie van de waardering van de activa). De timingsverschillen die bestaan tussen de IFRS regels en het regulatoire verdienmodel, inclusief regulatoire verrekeningen, worden tijdens een impairment test in één keer meegenomen in de waardering van de activa.

De verdere ontwikkelingen in het reguleringskader, en de terugbetaalverplichting in verband met de eerder ontvangen investeringsvergoedingen, hebben geleid tot een afwaardering van € 150 miljoen op ons netwerk in Duitsland in 2017.

Financiering

In maart 2017 hebben wij een obligatielening van € 750 miljoen afgelost. Ten behoeve van deze aflossing is in november 2016 een obligatielening uitgegeven van € 300 miljoen met een looptijd van 3 jaar tegen 0% rente. Gedurende 2017 hebben we geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken.

Gedurende 2017 hebben we naast kortlopende deposito’s op de geldmarkt ook gebruik gemaakt van het Euro Commercial Paper (ECP) programma. Onze kortlopende leningen zijn gedurende 2017 toegenomen van € 24 miljoen naar € 281 miljoen. Deze toename wordt met name verklaard doordat in 2017 minder nieuwe langlopende leningen zijn aangetrokken dan afgelost.

Het totale bedrag aan rentedragende schuld kwam ultimo 2017 uit op € 3.446 miljoen, een verlaging van € 514 miljoen ten opzichte van ultimo 2016. De balanspost geldmiddelen en kasequivalenten kwam ultimo 2017 uit op € 41 miljoen (ultimo 2016: € 238 miljoen). Onze netto schuldpositie (rentedragende schuld minus kasmiddelen) nam hierdoor in 2017 af met € 316 miljoen tot € 3.405 miljoen.

De solvabiliteit is eind 2017 uitgekomen op 59%. De solvabiliteit is gestegen als gevolg van een toename van het eigen vermogen met € 180 miljoen en een afname van de netto schuldpositie.

In ons financieringsbeleid streven we naast het handhaven van onze liquiditeitspositie op een adequaat niveau ook naar de nodige toegang tot financieringsalternatieven en het zo efficiënt mogelijk aantrekken van financiering. We vullen deze doelstellingen zoveel mogelijk in door middel van het Euro Medium Term Note (EMTN) programma, het eerder genoemde ECP-programma, onze activiteiten op de publieke en onderhandse geld- en kapitaalmarkt en middels een meerjarige gecommitteerde bancaire miljoen kredietfaciliteit (RCF).

In 2017 hebben we de samenwerking beëindigd met één van onze relatiebanken. Als gevolg hiervan is de omvang van onze meerjarige gecommitteerde kredietfaciliteit (RCF) afgenomen van € 750 miljoen naar € 680 miljoen. Dit bedrag is volledig gecommitteerd tot en met juli 2021.

Vooruitkijkend dient in oktober 2018 een obligatielening van € 300 miljoen te worden afgelost. Ter herfinanciering zullen wij in 2018 een nieuwe obligatielening uitgeven van circa € 300 miljoen. In 2019 moet eveneens een obligatielening van € 300 miljoen worden afgelost. In 2020 staan geen aflossingen gepland.

Credit Ratings

Rating agency Standard & Poor’s heeft in 2017 onze lange termijn credit rating gehandhaafd op AA- met een stable outlook. De korte termijn rating bedraagt A-1+. Na de vaststelling van het definitieve methodebesluit voor GTS heeft Moody’s Investors Services de outlook van onze lange termijn credit rating van A2 verhoogd van stabiel naar positief.  De korte termijn rating blijft op het hoogst mogelijke ratingniveau van P-1. Moody’s verwacht in 2018 een besluit te nemen omtrent een mogelijke verhoging van Gasunie’s lange termijn credit rating.

Belastingafdracht

Wij hebben in 2009 een zogenoemd ‘handhavingsconvenant’ gesloten met de Nederlandse Belastingdienst, waarin we onderlinge afspraken hebben vastgelegd. In lijn met dit convenant hebben wij intern een Tax Control Framework (TCF) ingericht, op basis waarvan we het fiscale beleid, de fiscale processen en de beheersmaatregelen opstellen en uitvoeren. Ons fiscale beleid is erop gericht om verschuldigde belastingen tijdig en overeenkomstig fiscale wet- en regelgeving te betalen in de landen waarin wij bedrijfsactiviteiten ontplooien.

Gasunie is zich ervan bewust dat fiscale keuzes aan de buitenwereld uitlegbaar moeten zijn. In 2017 heeft Gasunie kaders vastgesteld op basis waarvan gemaakte en te maken fiscale keuzes worden onderbouwd. Deze kaders worden toegepast op NV Nederlandse Gasunie en in ieder geval haar 100% dochtermaatschappijen in binnen- en buitenland.

In de volgende tabel hebben wij voor de belangrijkste belastingen weergegeven hoeveel belasting we hebben betaald.

Het verschil tussen de in 2016 en 2017 in Nederland betaalde vennootschapsbelasting is ontstaan doordat het fiscale resultaat in 2016 hoger was dan in 2017. Het verschil tussen de in 2016 en 2017 in Nederland betaalde dividendbelasting is ontstaan doordat in 2017 een hoger dividend is uitgekeerd dan in 2016.

Belastingafdrachten 2017 2016
     
Nederland    
vennootschapsbelasting 45 104
Omzetbelasting 64 70
Loonheffingen 68 65
Dividendbelasting 17 50
Totaal 194 289
     
Duitsland    
vennootschapsbelasting 25 27
Omzetbelasting 17 20
Loonheffingen 11 11
Totaal 53 58