Resultaten Milieu

De footprint van gastransport

Aardgas bestaat voornamelijk uit methaan, net als CO2 een broeikasgas, maar sterker. Het Global Warming Potential (GWP) is een maat voor de bijdrage aan het broeikasgaseffect ten opzichte van CO2. In onze rapportages rekenen we, evenals de Nederlandse overheid, met een GWP van 25. Dat wil zeggen dat 1 kilogram methaan 25 keer zoveel impact op klimaatverandering heeft als CO2. Regelmatig wordt door het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) een update gegeven van het GWP op basis van de jongste wetenschappelijke inzichten.

Het algemene beeld volgens het Compendium voor de Leefomgeving is dat ongeveer 4% van de antropogene (door de mens veroorzaakte) methaanemissies in Nederland aan de energiesector toe te schrijven is. Een kwart van die 4% (dus ongeveer 1% van alle methaanemissies in Nederland) is volgens het Compendium voor de Leefomgeving toe te schrijven aan emissies in het Gasunie-transportsysteem (waarmee ruim veertig procent van alle gebruikte energie in Nederland bij de gebruikers bezorgd wordt). De methaanemissie door Gasunie is circa 0,01% van het gastransport in Nederland. Internationaal vergeleken is dat een laag percentage.

Daarnaast is aardgas gunstiger dan andere fossiele brandstoffen als het gaat om CO2-emissies. Uit een onderzoek van het International Energy Agency (IEA) blijkt dat de CO2-emissies (per eenheid geproduceerde energie) uit gas ongeveer 40% lager zijn dan uit steenkool en ongeveer 20% lager dan uit olie.

Voor het transport van aardgas is energie nodig, denk hierbij aan elektriciteit en aardgas die we gebruiken om het gas op druk te houden en te transporteren door het transportsysteem. Daarnaast is ook energie nodig voor kwaliteitsconversie van het aardgas.

Hoe wij op onze milieu-impact sturen

We verminderen onze CO2-equivalent-footprint op drie manieren. Dit doen we via het reduceren van aardgasemissies (methaanemissies) en door efficiënter energiegebruik. Ook vergroenen we ons energieverbruik door de aankoop van groencertificaten.

Onze ambities voor de CO2-footprintreductie zijn:

  • 2020: emissies die een direct gevolg zijn van onze eigen bedrijfsactiviteiten reduceren met 20% ten opzichte van het referentiejaar 1990 (124 kiloton);
  • 2030: tot en met 2030 gemiddeld jaarlijks 4% reductie van de emissies die een direct gevolg zijn van onze eigen bedrijfsactiviteiten. De reductie wordt telkens vergeleken met de emissies in de drie voorgaande jaren en zal in belangrijke mate worden gerealiseerd door het terugdringen van onze methaanemissie. De methaanemissie bedraagt in 2030 (omgerekend) maximaal 50 kiloton CO2-equivalenten. Met deze ambitie blijven wij Europees koploper op dit gebied.
  • 2050: onze infrastructuur is vanaf 2050 volledig CO2-neutraal.

Om ervoor te zorgen dat we in relevante bedrijfsprocessen rekening houden met het milieu, hebben we ons milieuzorgsysteem ingericht volgens de internationaal geaccepteerde standaard, de ISO 14001-norm. Elk jaar wordt de werking van ons milieumanagementsysteem door een extern auditbureau gecontroleerd. In 2017 leidde de hercertificering van de ISO 14001:2015 tot een positief resultaat.

Resultaten

We rapporteren volgens de standaard van het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol). Dit protocol voor broeikasgassen onderscheidt verschillende categorieën (scopes) op basis van waar emissies gegenereerd worden (emissiebron). Voor een uitgebreide definitie van de scopes en een nadere specificatie van de emissiebron verwijzen wij naar bijlage "Overige data veiligheid, ketenverantwoordelijkheid en milieu".

CO₂-equivalenten volgens het Greenhouse Gas Protocol

Tot en met 2017 bereikten wij een absolute vermindering van 131 kton CO2-equivalenten. Hiermee hebben wij onze milieudoelstelling voor 2020 al in 2017 behaald. Momenteel worden nieuwe programma’s uitgewerkt om de doelstellingen voor 2030 te realiseren.

Scope 2013 2014 2015 2016 2017
(in kiloton CO2-equivalenten)          
           
1 (direct gevolg van eigen bedrijfsactiviteiten) 575 379 343 307 260
2 (indirect gevolg van ingekochte energie) 172 164 239 317 270
3 (overige indirect gevolg bijv. ingekochte stikstof) 4 5 80 115 115
           
Totaal 751 548 662 739 645

De totale CO2-equivalentemissie is in 2017 lager dan de emissie van 2016 (645 kiloton versus 739 kiloton). De CO2-equivalentemissie door eigen bedrijfsactiviteiten (scope 1 van het Green House Gas Protocol) wordt met name veroorzaakt door een verlaging van de aardgasuitstoot in de laatste jaren en een vermindering van de CO2-equivalenten door de aankoop van Garanties van Oorsprong (GvO’s) voor elektriciteit (scope 2 en 3).

Methaanemissies en energie

Onze methaanemissies (scope 1) waren in 2017 4.973 ton lager dan in 2016 (7.252 ton). Deze daling wordt met name veroorzaakt doordat we het afgelopen jaar op diverse installaties veel kleine lekkages hebben gerepareerd als onderdeel van het Leak Detection and Repair (LDAR)-programma. Daarnaast is er in 2017 minder gas afgeblazen.

Methaanemissies 2013 2014 2015 2016 2017
(in ton)          
Nederland 9 518  8 224  7 205  6 868  4 619 
Duitsland 690  265  598  384  354 
           
Totaal 10 208  8 489  7 803  7 252  4 973 

In bijlage "Overige data veiligheid, ketenverantwoordelijkheid en milieu" is de realisatie met betrekking tot ons aardgasverbruik en elektriciteitsverbruik weergegeven.

Maatregelen om de footprint te verminderen

Om onze footprint te verminderen gaan we in de komende jaren enkele maatregelen realiseren. Hiermee besparen wij energie en beperken wij onze methaanemissies.

1. Leak Detection And Repair (LDAR)-programma

Gasunie heeft te maken met ‘ongecontroleerde’ methaanemissies, onder meer als gevolg van sluipende lekkage uit verbindingen en appendages. Het identificeren van deze emissies in ons transportsysteem, dat een leidinglengte van circa 15.000 km heeft in Nederland en Duitsland en daarnaast bestaat uit compressorstations, meet- en regelstations en gasontvangstations, is complex.

Het LDAR-programma is opgezet met als doel lekken op te sporen, te kwantificeren en te repareren. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van een meetmethode ontwikkeld door het “Environmental Protection Agency” (EPA). Deze meetmethode wordt op verschillende Gasunie-locaties uitgevoerd ter vaststelling van de methaanemissies.

2. Emissiereductie bij het gasvrij maken van leidingen en bij compressie

Hercompressie: wij gebruiken al enige jaren een mobiele hercompressie-unit waarmee we gas, dat anders zou moeten worden afgeblazen, hercomprimeren en in een andere leiding overbrengen. Zo hoeven we minder gas af te blazen. In 2017 hebben we 4,7 miljoen m3(n) aardgas gehercomprimeerd, waarmee we een uitstoot van circa 69 kiloton CO2-equivalenten hebben voorkomen. We hebben in 2017 naar schatting bijna € 1,2 miljoen bespaard op aardgaskosten door de inzet van de mobiele hercompressor.

Flare (affakkelen): naast hercompressie flaren we ook gas. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de inzet van een mobiele flare-installatie. De milieubelasting door flaren, waarbij het aardgas wordt verbrand, is lager dan wanneer het gas wordt afgeblazen. In 2017 is ongeveer 372.000 m3n aardgas geflared. Ten opzichte van het afblazen is dit een milieuwinst van 4,8 kton CO2-equivalenten.

Verdringen door stikstof: in 2017 is een experiment uitgevoerd om toekomstige emissies bij het aardgasvrij maken van leidingsegmenten te voorkomen. In dit experiment wordt aardgas in een leiding verdrongen door stikstof. Door op het juiste moment afsluiters te sluiten, kan er een scheiding worden aangebracht tussen het aardgas en het stikstof. Het aardgas wordt hierbij in een niet vrij te maken segment van de leiding gebracht en daarmee wordt het afblazen van gas voorkomen.

3. Emitterende regelapparatuur

Reductie van methaanemissies door emitterende regelapparatuur op lucht te zetten of elektrisch aan te sturen.

4. Vergroenen van eigen elektriciteitsverbruik

Voor de vergroening van ons elektriciteitsverbruik zijn in 2017 door Gasunie in Nederland GvO’s van Europese windmolenparken aangekocht. Met deze aankoop is ongeveer 40% van het elektriciteitsverbruik vergroend. Gasunie Deutschland heeft haar elektriciteitsverbruik voor 100% vergroend.

5. Emissies door kwaliteitsconversie

Sinds het kabinetsbesluit om het winningsniveau van het Groningenveld te verlagen, is onze inzet van kwaliteitsconversie gestegen van 5,7 miljard m3 in 2013 naar 25,8 miljard m3 in 2017. Als gevolg daarvan is de stikstofinkoop in 2017 ten opzichte van 2016 wederom toegenomen. Door de afname van de productie uit het Groningenveld wordt steeds meer hoogcalorisch gas ingekocht dat vervolgens op de juiste kwaliteit moet worden gebracht. Deze kwaliteitsconversie vindt plaats met zelfgeproduceerd stikstof en stikstof dat bij derden wordt ingekocht. Voor de productie van stikstof is energie (elektriciteit) nodig. In scope 3 worden de CO2-equivalenten als gevolg van het ingekochte stikstof meegenomen. In 2017 hebben we circa 40% elektriciteit groen ingekocht (ongeveer 67 kton CO2-equivalent) voor de productie van stikstof bij derden.

Transparantie

Door communicatie op verschillende niveaus trachten wij een zo transparant mogelijk beeld te geven van de emissies die door Gasunie worden veroorzaakt. Dit doen we onder andere door verantwoording via elektronische milieujaarverslagen, rapportages naar de Nederlandse Emissie autoriteit (NEa) en onze jaarverslagen.

We kijken daarbij naar alle typen emissies die in de gasinfrastructuur kunnen voorkomen, zoals sluipende lekkages (fugitieve emissies), emissies als gevolg van het afblazen van gas door onderhoud aan ons gastransportsysteem of het starten en stoppen van gascompressoren, maar ook de emissies van pneumatische componenten (onderdelen van het gastransportsysteem die gedurende de werking gas emitteren).