Resultaten netbeheer Nederland en Duitsland

Resultaten gastransport

Onze gastransport- en infrastructuuractiviteiten staan centraal in onze strategie. Wij voeren deze activiteiten zo efficiënt mogelijk uit. Wij zorgen voor een goede werking en de ontwikkeling van het gastransportnet. Dit doen wij door het borgen van de transportzekerheid en het aanbieden van passende diensten aan onze klanten. Veiligheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en kostenbewustzijn staan hierbij voorop.

Transportzekerheid
Het veilig en betrouwbaar transporteren van gas is één van onze belangrijkste resultaatgebieden. Een onderbreking van het gastransport komt in ons net zelden voor. Door een goede besturing van ons net en door goed beheer en onderhoud van onze infrastructuur creëren we de optimale omstandigheden voor een hoge transportzekerheid.

De gasstromen die door ons netwerk gaan zijn niet alleen bestemd voor de binnenlandse markt in Nederland, maar ook voor de landen om ons heen, zoals Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Zo leveren we ook een bijdrage aan de transportzekerheid in Noordwest-Europa.

In 2017 hebben we een hoge transportzekerheid gerealiseerd. Er vond één korte onderbreking plaats in de gaslevering aan een industriële afnemer. We hebben onderzoek gedaan naar de oorzaak van deze transportonderbreking en geconcludeerd dat de procedures adequaat zijn, maar dat het hier een menselijke fout betrof.

Er heeft geen transportonderbreking plaatsgevonden in het Duitse net.

Fractionele afname getransporteerd gas in Nederland
In 2017 is in Nederland 1,2% minder aardgas getransporteerd dan in het vorige jaar, met een gemiddelde temperatuur die 0,3°C hoger was. Zo hebben onze klanten in 2017 960 TWh (98,2 miljard m3) gas door onze netwerken laten transporteren ten behoeve van eindgebruikers in binnen- en buitenland. In 2016 was dat 971 TWh (99,4 miljard m3). Dit is veroorzaakt door verschillende verschuivingen. Binnenlands gebruik was nagenoeg gelijk, transport voor vullen bergingen (binnen- en buitenland) iets hoger en transport naar het buitenland lager. Onderverdeeld naar gassoort was het transport van hoogcalorisch gas nagenoeg gelijk en het transport van laagcalorisch gas iets lager.

De energiekosten waren in 2017 hoger dan in 2016. De verhoging van de kosten kwam met name door de hogere prijzen van gas en elektriciteit, hogere conversiekosten en hogere compressiekosten wegens een hogere import van Noors gas.

Meer kwaliteitsconversie
Om de verminderde productie van het Groningenveld op te vangen is de inzet van onze kwaliteitsconversiecapaciteit in 2017 verder toegenomen. Hiermee kunnen we hoogcalorisch H-gas mengen met stikstof tot een kwaliteit die vergelijkbaar is met het laagcalorische G-gas. Daardoor kunnen we blijven voldoen aan de vraag naar G-gas. De hoeveelheid geconverteerd H-gas is gestegen van 258 TWh in 2016 naar 286 TWh in 2017.

Lichte afname getransporteerd gas in Duitsland
In Duitsland heeft Gasunie Deutschland over heel 2017 253 TWh gas getransporteerd. (2016: 265 TWh). Een ontwikkeling, die voornamelijk wordt veroorzaakt door de verdere neerwaartse trend van de invoer van Noordzee gasvolumes en het benutting van entrypunt Nord Stream in Greifswald met een capaciteit van ongeveer 88 % (2016: 90%). De capaciteitsboekingen bij de grenspunten Emden (Noorwegen) en Oude Statenzijl (Nederland) zijn aanzienlijk lager dan verwacht. De Duitse L-gasmarkt werd tijdens de zomermaanden bijna volledig voorzien door de binnenlandse productie en de H-gasmarkt grotendeels door gas uit Rusland. De gasopslag-plaatsen in het marktgebied van Gasunie Deutschland zijn voor ongeveer 90% gevuld (L-gas: 95%) aan het begin van de winter van 2017/18.

Getransporteerd gasvolume (in TWh) 2013 2014 2015 2016 2017
Nederland 1 131  976  926  971  960 
Duitsland 234  257  244  265  253 
Totaal 1 365  1 233  1 170  1 236  1 213 

De trend dat shippers in Duitsland vooral kortetermijncapaciteit boeken op grenspunten blijft zich, net als in Nederland, doorzetten. Noch de prijsdifferentiatie bij kortetermijnboekingen (ter stimulering van langetermijnboekingen) noch de aanzienlijk lagere korting voor afschakelbare capaciteit hebben geleid tot een merkbare verandering in het boekingsgedrag van de shippers.
De BNetzA had een wijziging in de methode van tariefberekening opgelegd die van kracht zou worden op 1 januari 2018. Deze methode zou naar alle waarschijnlijkheid de boekingssituatie bij de Gasunie Deutschland grenspunten verbeteren, omdat die zou leiden tot een uniform entry-tarief voor het gehele marktgebied. De nieuwe uniforme entrytarieven, geldig vanaf 1 januari 2018, zijn berekend en gepubliceerd in augustus 2017 volgens de BNetzA uitspraak HoKoWä. Echter, op basis van een uitspraak van de OLG Düsseldorf, moest de Duitse regelgever de uitspraak en de door de Gasunie Deutschland berekende tarieven intrekken door de toepassing van voormalige methode. Vanwege het afnemende boekingsniveau, dat leidt tot een aanzienlijk lagere 2018 capaciteitsprognose, zullen de 2018-tarieven duidelijk stijgen.

Investeringen in Nederland

Verder optimaliseren vervangingsprogramma
Wij hebben het meerjarig vervangingsprogramma voor afsluiters, meet- en regelstations en gasontvangstations in 2017 voortgezet. Dit geldt ook voor het onderzoek naar de conditie van de vrijgekomen onderdelen. Op basis van dit onderzoek is het programma bijgesteld, omdat bepaalde delen daarvan vanuit risicoperspectief niet langer noodzakelijk bleken te zijn. Deze bijstelling geldt met name voor afsluiters waarbij het tempo van vervanging vanaf 2020 met een derde wordt verlaagd tot 100 per jaar. Dit levert een investering reductie op van circa 20 miljoen euro per jaar.

In 2016 was al besloten om na 2020 te stoppen met het preventief renoveren van gasontvangstations op basis van risico-afwegingen. In aanvulling hierop is nu de keus gemaakt om in 2019 en 2020 alleen nog enkele stations waarover al afspraken zijn gemaakt met klanten, volledig te renoveren. De nadruk bij gasontvangstations komt daarmee te liggen op correctief onderhoud in plaats van grootschalige renovatie. Tot en met 2020 levert dit in totaal een investering reductie op van circa 30 miljoen euro.

Met betrekking tot meet- en regelstations is een onderzoek gestart naar de risico effectiviteit van het lopende renovatieprogramma.

Een analyse van externe corrosie op het Regionaal Transport Leidingnetwerk (RTL) heeft aangetoond dat het risico op leidingbreuk ten gevolge van externe corrosie verwaarloosbaar klein is. Het van kracht zijnde RTL leidinginspectieprogramma is daarom vervangen door een nieuw programma om de kathodische bescherming verder te verbeteren. Daarmee treedt een verschuiving op van inspectie naar preventie. Deze maatregel levert een netto kostenreductie op van 5 miljoen euro per jaar.

De inzet van onze infrastructuur verandert. Dat komt omdat het aandeel van duurzame bronnen als wind en zon en van gassen als groen gas en waterstof sterk zal toenemen en de vraag naar aardgas afneemt. Daarnaast verandert de richting van de gasstromen. Er komt steeds minder gas afkomstig uit het Groningenveld en steeds meer uit buitenlandse bronnen.

Een en ander heeft gevolgen voor de inzet van onze infrastructuur. Wij bekijken continu op welke manier wij deze veranderingen optimaal kunnen faciliteren en wat dit betekent voor de inzet van ons netwerk. Omdat het gastransport in de huidige situatie de komende jaren ook zonder de inzet van alle compressorstations naar de eindgebruikers kan, hebben wij compressorstations Schinnen en Oldeboorn tijdelijk buiten gebruik gesteld. Daarnaast zijn er vergelijkbare plannen ontwikkeld voor de compressorstations Ommen (voor de G-gas onderdelen) en Alphen, die mogelijk in 2020 en 2024 buiten gebruik worden gesteld. Daarmee worden vervangingsinvesteringen uitgesteld en operationele kosten voorkomen, maar houden wij deze stations beschikbaar voor hernieuwde inzet of gebruik.

Een nieuw besturingssysteem voor ons gastransportnet
In 2015 zijn we het Jason programma gestart om het besturingssysteem van ons gastransportnetwerk te vervangen. Met het nieuwe besturingssysteem kunnen we meer dan voorheen de transportstromen accuraat volgen en voorspellen en ondersteunt het onze dispatchers optimaal in het nemen van beslissingen. Ook het implementeren van nieuwe functionaliteit voor de bewaking van transportzekerheid en kostenreductie van gastransport wordt hiermee mogelijk. Het Jason programma nadert zijn voltooiing. Ondanks de omvang en complexiteit liggen we nog steeds op schema om het systeem in het voorjaar van 2018 in gebruik te nemen. Tevens is de verwachting dat het Jason project binnen budget gerealiseerd gaat worden.

Investeringen in Duitsland

Alle projecten als gevolg van de Integrated Open Seasons projecten zijn nu voltooid en operationeel. De resterende openstaande punten zullen tot eind 2018 gereed zijn.

Gasunie Deutschland heeft in 2017 drie aanvragen ontvangen voor nieuwe netwerkaansluitingen: een aanvraag voor een LNG-terminal nabij Hamburg, een verzoek om de transportcapaciteit naar de Volkswagen energiecentrale in Wolfsburg te verhogen en een aanvraag voor de injectie van waterstof in Deudan leiding in Sleeswijk-Holstein. Het LNG-project en de uitbreiding van de VW energiecentrale  betekenen – als de projecten doorgang vinden – een aanmerkelijke uitbreiding van de bestaande Gasunie Deutschland-netwerk. Beide projecten zijn meegenomen in het aankomende NEP 2018-proces (nationaal plan voor netontwikkeling). Hoewel de injectie van waterstof een kleinschalig project is, zal het de eerste stap zijn naar deze technologie als een voorbeeld voor het volgen van soortgelijke initiatieven.

Gasunie heeft met de Duitse gastransportnetbeheerders Gascade, ONTRAS en Fluxys een overeenkomst gesloten voor de verwerving van een aandeel van 16,5% in het EUGAL-pijpleidingproject. De deelname in het project betekent een uitbreiding van de transportcapaciteit van Gasunie Deutschland en versterkt de positie van Gasunie in de internationale transitstromen. Meer informatie bij 'Resultaten Business development'.

Andere belangrijke resultaten in Nederland

Advisering ministerie van Economische Zaken en Klimaat
GTS heeft in 2017 de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) geadviseerd bij het instemmingsbesluit van het kabinet ten aanzien van de gaswinning in Groningen. Daarbij hebben wij aangegeven welke levering vanuit het Groningenveld benodigd is om in de gasjaren 2017 tot en met 2020 (oktober 2016 tot oktober 2020) de leveringszekerheid van L-gas binnen Nederland, Duitsland, België en Frankrijk te waarborgen.

Daarnaast hebben wij de minister van Economische Zaken en Klimaat gerapporteerd over de vraag en aanbod van het laagcalorische gas tot 2030. Hierbij is uitgegaan van een jaarlijkse productie van het Groningenveld van 21,6 miljard kubieke meter.

In 2018 heeft GTS op verzoek van de minister, naar aanleiding van de aardbeving bij Zeerijp op 8 januari 2018, een leveringszekerheidsanalyse uitgevoerd, waarin wij hebben gekeken naar de gevolgen voor de leveringszekerheid als de gaswinning in Groningen wordt verlaagd. Aanvullend heeft GTS een scenariostudie uitgevoerd waarin wij de minister hebben geadviseerd hoe de gaswinning in Groningen vanuit het oogpunt van leveringszekerheid zo snel mogelijk omlaag kan worden gebracht tot in eerste instantie 12 miljard kubieke meter per jaar. Eén van de belangrijkste maatregelen in dit advies is de bouw van een nieuwe stikstofinstallatie bij Zuidbroek. De nieuw te bouwen stikstofinstallatie levert een reductie op van circa 7 miljard kubieke meter Groningengas per jaar (bij een koud jaar). Hierdoor kan direct na ingebruikname van de installatie begin 2022 het niveau van 12 miljard kubieke meter gerealiseerd worden.

LNG Peakshaver onderdeel van GTS
Sinds 1 januari 2017 maakt de LNG Peakshaver onderdeel uit van het netwerk van GTS. De Peakshaver is een LNG-installatie op de Maasvlakte die kan worden ingezet wanneer er op dagen met flinke vorst extra aardgas nodig is voor de kleinverbruikers. De overdracht naar GTS is gebeurd door middel van een juridische fusie, waardoor de Peakshaver installatie volledig ten dienste staat van GTS. Deze fusie werd ingegeven door de wijzigende markt voor G-gas als gevolg van de afname van de Groningenproductie. Als gevolg van deze veranderingen is de Peakshaver, vanwege de locatie van de installatie en de transport ondersteunende functie, onmisbaar voor GTS. Dit heeft tot het besluit geleid om de Peakshaver onder te brengen bij GTS, waardoor het assetmanagement en de operationele aansturing de directe verantwoordelijkheid van GTS is geworden.

Fusie GTS en GGS
In het kader van het nieuwe methodebesluit 2017-2021 zijn afspraken gemaakt tussen ACM, markpartijen en GTS. Eén van de gemaakte afspraken is dat GTS afziet van de splitsing en de landelijk netbeheerder blijft voor zowel het hoofdtransportnet (HTL) en het regionale transportnet (RTL). Het in stand houden van GGS B.V. als afzonderlijk bedrijf heeft hierdoor geen toegevoegde waarde. Er is besloten om met ingang van 2 januari 2018 GTS B.V. en GGS B.V. te laten fuseren.

Andere belangrijke resultaten in Duitsland

jordgasTransport GmbH
In december 2016 hebben Gasunie Deutschland en Open Grid Europe GmbH (OGE) gezamenlijk de Duitse netbeheerder jordgasTransport GmbH (JGT) van Statoil overgenomen. JGT biedt transportdiensten aan via de NETRA pijplijn-verbinding, een joint venture van JGT, Gasunie Deutschland en OGE. De additionele capaciteit is een goede aanvulling op het bestaande portfolio van Gasunie Deutschland en ondersteunt de diversificatie van de importalternatieven in Duitsland.

In 2017 is de overdracht van de transportactiviteiten van JGT aan Gasunie Deutschland en OGE in gang gezet. Vanaf begin 2018 zijn de activiteiten overgedragen en heeft JGT geen eigen personeel meer in dienst. 

L-gas conversieprojecten
Door de afnemende productie van laagcalorisch gas (L-gas) in zowel Duitsland als Nederland moeten de eindgebruikersinstallaties in het Gaspool marktgebied geschikt gemaakt worden voor hoogcalorisch H-gas. Gasunie Deutschland organiseert deze conversie proactief om zeker te stellen dat haar gastransportnet optimaal benut blijft en om met een planmatige overgang de transportzekerheid te kunnen blijven waarborgen. In 2017 is de omschakeling van het bedrijf SW (Stadtwerke) Nienburg, SW Neustadt, SW Achim, delen van Avacon Hochdrucknetz, delen van SW Bremen en verschillende industriële afnemers voltooid.

De volgende conversieprojecten zijn al aangekondigd en de bijbehorende overeenkomsten met de aangrenzende netbeheerders zijn gesloten in lijn met het Duitse netwerkontwikkelingsplan (NEP) / Implementatie plan (USP).

Ontwikkeling klantenorganisatie

We willen onze dienstverlening als een serviceorganisatie verder ontwikkelen door in gesprek te blijven met de markt. Inzicht in ontwikkelingen in de markt die we van onze klanten en andere stakeholders tijdens diverse contactmomenten ontvangen is waardevol voor ons. Zeker nu de gasmarkt aan de vooravond staat van een nieuwe periode: de energietransitie. Een periode waarin aardgas een andere plaats gaat innemen. Het helpt ons om onze dienstverlening nog beter af te stemmen op de klantbehoefte. We intensiveren daarom de interactie met marktpartijen.

In gesprek met klanten
Onze producten en diensten moeten onze klanten in staat stellen hun business te doen. Via onder andere klantendagen en marktconsultaties zoeken wij de dialoog. Afgelopen jaar hebben wij naast een tweetal klantendagen, meerdere marktconsultaties georganiseerd onder andere in het kader van de Balgzand Bacton Leiding (BBL) integratie in het TTF marktgebied, het netwerk ontwikkelingsplan (NOP), de introductie van Virtual Interconnection Points (VIPs) en de implementatie van de network code on harmonised transmission tariff structures for gas (NC TAR). In 2018 zullen wij wederom actief zijn in het voeren van de dialoog met onze klanten.

Daarnaast hebben wij in 2017 met de verschillende representatieve organisaties van gedachten gewisseld over de energietransitie en de gevolgen voor de Nederlandse gasmarkt. Hieruit is een gezamenlijk stakeholderoverleg ontstaan met als onderwerp: de ontwikkeling van de Nederlandse gasmarkt. Vanuit dit platform kunnen we gezamenlijk ontwikkelingen initiëren en stimuleren om vervolgens gezamenlijk sturing te geven aan de realisatie.

Klanttevredenheidsonderzoek GTS
Onze prestatie toetsen wij regelmatig, bijvoorbeeld met behulp van een klanttevredenheidsonderzoek bij GTS. In 2016 waardeerden shippers en industriële klanten GTS met respectievelijk een 8,0 en een 7,7. Het onderzoek uit 2016 en gesprekken met onze klanten heeft GTS in 2017 gebruikt om het producten- en dienstenpakket zoveel mogelijk toe te spitsen op de behoeften van de klanten. De gevolgen van nieuwe ontwikkelingen, zoals de marktintegratie tussen GTS en BBL, zullen klanten van GTS grotendeels in 2018 gaan ervaren. Daarom heeft GTS ervoor gekozen om einde 2018 het volgende klanttevredenheidsonderzoek te houden.

Klachtenafhandeling
Voor alle vragen of eventuele klachten kunnen de shippers terecht bij de customerdesk en de industriële klanten bij de industriedesk. Hier worden zij door een team van specialisten geholpen. Hiermee voorziet GTS in een goede bereikbaarheid en gespecialiseerde aanspreekpunten.

De klachten die bij ons binnenkomen proberen wij zo snel mogelijk en naar tevredenheid af te handelen. In 2017 hebben we 2 klachten van shippers en 1 klacht van industriële aangeslotenen ontvangen en afgehandeld. Vergeleken met 3 klachten van shippers en 3 klachten van industrieel aangeslotenen in 2016.

Ontwikkelingen in de markt

TTF (gashandelsplaats in Nederland)
De Nederlandse virtuele gashandelsplaats TTF (Title Transfer Facility) is de afgelopen jaren uitgegroeid tot de meest toonaangevende liquide gashub van Europa. Dat is onder meer terug te zien in de Tradability Index van ICIS Heren, waar TTF als enige gashandelsplaats (en dat na kalenderjaar 2017 al voor de 10e keer op rij) de maximale score behaalde voor het gemak waarmee shippers gas kunnen kopen of ver­kopen.

In 2017 is er in Noordwest-Europa minder gas verhandeld dan in 2016. Een lagere volatiliteit en een stabielere olieprijs zorgden voor een daling in gashandel. Ook leidde de aanhoudende nieuwsstroom over Groningen en de Engelse berging Rough in 2017 tot minder additionele handel dan in 2016. Gevolg is dat er ook op TTF in kalenderjaar 2017 minder gas is verhandeld (20.962 TWh) dan in het voorafgaande jaar (21.468 TWh). Van de top drie Noordwest-Europese gashandelsplaatsen kende TTF in 2017 echter de procentueel laagste daling in verhandeld volume. Het fysieke volume dat via TTF door het netwerk van GTS stroomde, het netto TTF-volume, bedroeg in 2017 540 TWh tegen 516 TWh in 2016. Net als in voorgaande jaren is daarmee het fysieke TTF-volume groter dan de Nederlandse gasconsumptie. Zowel partijen in binnen- als buitenland maken bij de invulling van hun gasbehoefte gebruik van TTF. Het maximum actieve aantal TTF-handelaren op een dag is in 2017 verder toegenomen tot 151 (was 143 in 2016).

De bilaterale Over-The-Counter handel (OTC) nam af van 16.607 TWh (in 2016) naar 15.592 TWh. Het via gasbeurzen verhandelde TTF-segment daarentegen steeg van 4.861 TWh naar 5.370 TWh in 2017, een stijging van 10% ten opzichte van 2016.

TTF bouwde haar voorsprong als grootse gashandelsplaats van Europa het afgelopen jaar verder uit. In 2017 vond 48% van de Europese gashandel plaats op TTF, tegenover 47% in 2016. Dit bevestigt wederom dat de Nederlandse gasmarkt goed functioneert.

GASPOOL (gashandelsplaats in Duitsland)
In 2017 is het verhandeld volume op de virtuele gashandelsplaats GASPOOL licht toegenomen ten opzichte van dezelfde periode (januari–december) in 2016, met een niveau van 1.565 TWh (2016: 1.505 TWh). De churnfactor (aantal keer dat een hoeveelheid gas gemiddeld verhandeld wordt tussen de productie en het verbruik door de afnemer) voor L-gas was 1,9 met een maximum waarde van 2,1 in oktober. De churnfactor voor H-gas nam licht af naar 3,9 met een maximum van 4,5 in september.

Ontwikkelingen regulering

Nederland

Algemeen
In Nederland geldt een systeem van omzetregulering: de tarieven worden bepaald door de toegestane omzet voor het betreffende jaar te delen door de geschatte de omvang van de capaciteitsboekingen. Indien deze omvang in de praktijk anders is en daarmee de behaalde omzet, wordt het verschil in omzet verrekend in volgende jaren.
De door de toezichthouder toegestane omzet bestaat uit een kapitaalkostenvergoeding voor het geïnvesteerd vermogen, een vergoeding voor de jaarlijkse afschrijvingskosten (berekend op basis van de door de toezichthouder vastgestelde afschrijvingstermijnen en activawaarde) en een vergoeding voor de operationele kosten.

Reguleringsmethodiek
In het methodebesluit van GTS beschrijft toezichthouder ACM de regels die bepalen hoe hoog de inkomsten van GTS mogen zijn en de wijze waarop GTS haar efficiënte kosten mag terugverdienen, gedurende een bepaalde reguleringsperiode. Deze regels zijn bepalend voor de hoogte van onze tarieven. Op 24 februari 2017 heeft ACM, op basis van met GTS en marktpartijen overeengekomen afspraken, de methode van regulering van GTS voor een periode van vijf jaar (2017-2021) vastgelegd. Dit methodebesluit, dat met terugwerkende kracht met ingang van 1 januari 2017 van toepassing is, bevat voor het eerst een vergelijking van de kostenefficiëntie van GTS met die van andere Europese gastransportbedrijven (kostenbenchmark). Naar verwachting zal ACM ook in een volgend methodebesluit gebruik maken van een dergelijke kostenbenchmark.

Naast de kostenbenchmark bevat het methodebesluit andere parameters en regels die de hoogte van de inkomsten van GTS bepalen zoals de Weighted Average Cost of Capital (WACC), productiviteitsverbetering evenals regels voor de wijze waarop GTS haar efficiënte kosten mag terugverdienen. GTS heeft tegen de hoogte van de vastgestelde productiviteitsverbetering en WACC beroep aangetekend bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).

Tariefbesluit
Het tarievenbesluit 2019 wordt in mei 2018 gepubliceerd. Eerdere tarievenbesluiten werden normaal gesproken pas tegen het einde van het jaar gepubliceerd. De nieuwe Europese netwerk code betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren schrijft echter voor dat de publicatie al in het voorjaar plaatsvindt. Deze nieuwe netwerk code leidt tevens tot een hernieuwde tarievenstructuur die naar verwachting ingaat met de tarieven voor 2020.

Duitsland

Herziene entry-tarieven 2018
In juni 2016 heeft de BNetzA haar besluit gepubliceerd over de kostenallocatie tussen netwerkbeheerders (Transmission System Operators, ofwel TSO’s). Dit besluit leidt ertoe dat de entry-tarieven van alle TSO’s binnen eenzelfde marktgebied hetzelfde zijn, waardoor naar verwachting de boekingen zich zullen stabiliseren. Het tarievensysteem zou met ingang van 1 januari 2018 van kracht worden. Drie TSO’s en één shipper zijn echter een rechtszaak gestart tegen het besluit bij het Oberlandesgericht (OLG) Düsseldorf. In november heeft het OLG een oordeel uitgebracht dat het BNetzA-besluit geen wettelijke basis had en daarom moest de Duitse regulator de uitspraak intrekken. Bijgevolg moet Gasunie Deutschland zijn eigen entry tarieven voor 2018 berekenen zonder enige kostentoewijzing tussen TSO's.

Uitkomst efficiëntiebenchmark reguleringsperiode 2018-2022
Aan het eind van het tweede kwartaal van 2016 heeft Gasunie Deutschland bij de BNetzA een kostenraming voor de nieuwe reguleringsperiode 2018-2022 ingediend met betrekking tot haar gastransportnet. Aan de hand van een benchmark wordt door de BNetzA de individuele efficiency van de netbeheerders bepaald.

In individuele brieven aan Gasunie Deutschland en de andere TSO's heeft BNetzA de voorlopige resultaten van de efficiëntiebenchmark bekendgemaakt: de individuele efficiëntie van Gasunie Deutschland bedraagt 100% op basis van dezelfde parameters als voorheen plus compressievermogen als één extra parameter. Deze kennisgeving wordt echter als voorlopig beschouwd, aangezien de definitieve rechtszitting nog niet is begonnen en de finale juridische beslissing daarom nog steeds ontbreekt.

Ontwikkelingen in EU

Samenwerken in Europees verband
Energiegebruikers hebben baat bij sterke internationale gasverbindingen en een liquide gasmarkt. Dit is gunstig voor de beschikbaarheid en betaalbaarheid van gas. In een energiewereld die steeds internationaler wordt, willen we onze infrastructuur zo goed mogelijk blijven benutten en de waarde ervan behouden of zelfs vergroten.

In dit streven blijven we kijken naar mogelijkheden tot een intensievere samenwerking met andere gasinfrastructuurbedrijven. Daarmee stimuleren we de ontwikkeling van een competitieve, leveringszekere en duurzame Europese gasmarkt en bevorderen we de marktliquiditeit. Dit zorgt voor een verdere verbreding en versterking van onze netwerken.

Marktintegratie
In het kader van deze samenwerking hebben GTS en BBL Company in 2017 de integratie van de BBL-pijpleiding in het TTF-marktgebied voorbereid. Door het opheffen van interconnectiepunt Julianadorp ontstaan de volgende voordelen: een directe koppeling tussen de twee meest liquide hubs van Europa, TTF en NBP, aantrekkelijker transport waardoor shippers eerder kunnen inspelen op arbitragekansen, een significante toename van flexibiliteit voor de Nederlandse markt en stimulering van de liquiditeit op TTF. Sinds 1 januari 2018 is de BBL-pijpleiding onderdeel van het TTF-marktgebied.

De samenwerking door TSO’s vindt onder andere plaats in ENTSOG (European Network of Transmission System Operators for Gas) en PRISMA European capacity platform. Binnen ENTSOG werken TSO’s aan het opstellen en implementeren van Europese netwerkcodes, het tienjarig netontwikkelingsplan en de bevordering van transparantie. Ook in 2017 heeft GTS verder gewerkt aan het mede vormgeven van nieuwe Europese netwerkcodes, zoals voor tariefstructuren en om de verbinding tussen marktgebieden te vereenvoudigen.

PRISMA
PRISMA is het belangrijkste Europese boekingsplatform voor grenscapaciteit, waar in totaal 37 TSO’s uit 16 verschillende EU-lidstaten hun grenscapaciteit op aanbieden. GTS en Gasunie Deutschland zijn twee van 24 aandeelhouders van PRISMA.

Transparency platform
Om de werking van de Europese en nationale gasmarkt optimaal te faciliteren zijn door de Europese wet- en regelgeving verschillende eisen gesteld aan de publicatie van gegevens van transportcontracten en het gebruik daarvan. Wij faciliteren deze omvangrijke publicaties via verschillende podia die gebaseerd zijn op de Europese wet- en regelgeving. Omdat het voor de marktdeelnemers van groot belang is dat de gepubliceerde informatie consistent en vergelijkbaar is werken wij in Europese verband (ENTSOG) continu mee aan de invulling van de publicaties en de ontwikkeling van de Europese transparency platform. Daarmee leveren wij een grote bijdrage aan de harmonisatie van de publicaties en een transparante toegang tot marktinformatie.

Samenwerking TSO’s
GTS en Gasunie Deutschland stemmen met collega netbeheerders (TSO’s) de terugloop van capaciteit over de afzonderlijke grenspunten af. Om de ontwikkeling te stimuleren van een competitieve, leveringszekere en – steeds meer – duurzame Europese gasmarkt en om de marktliquiditeit te bevorderen, wordt er door TSO’s samengewerkt. Dit gebeurt onder andere in ENTSOG (European Network of Transmission System Operators for Gas) en PRISMA European capacity platform. Binnen ENTSOG werken TSO´s aan onder andere het opstellen en implementeren van Europese netwerkcodes, het tienjarig netontwikkelingsplan en het bevorderen van transparantie.

Door gastransportdiensten te harmoniseren zijn de drempels voor (internationale) klanten zo laag mogelijk en wordt grensoverschrijdende gashandel bevorderd. Ook in 2017 hebben GTS en Gasunie Deutschland verder gewerkt aan het mede vormgeven van nieuwe Europese netwerkcodes, met name voor tariefstructuren.

In 2017 heeft Gasunie Deutschland samen met GTS en de Duitse TSO's de eerste fase van het Incremental Capacity Process uitgevoerd volgens NC CAM. Op basis van vrijblijvende verzoeken van shippers zijn extra entrycapaciteitsbehoeften aan de grens tussen Rusland en GASPOOL en extra capaciteitsbehoefte aan de grens tussen GASPOOL en GTS richting Nederland geïdentificeerd. Eerste technische studies zijn uitgevoerd en de resultaten zijn gepubliceerd in het kader van het consultatieproces. De feedback van de shippers en andere marktdeelnemers zal worden geanalyseerd en de respectieve biedingsniveaus voor extra incrementele capaciteit zullen worden aangeboden binnen de aankomende veiling voor jaarlijkse capaciteit.

Resultaten energietransitie [GTS]

Een CO2-neutrale energievoorziening vraagt om een vernieuwende kijk op energievraagstukken. Wij willen onze kennis en ervaring van energie-infrastructuren en markten inzetten om de energietransitie mogelijk te maken en te versnellen. We werken met steeds meer partijen samen om duurzame, betaalbare en betrouwbare oplossingen te realiseren. Dit doen we door het ontwikkelen van een lange termijn visie en door bij te dragen aan verschillende initiatieven.

Van gezamenlijke lange termijn visies naar consequenties voor ons net
In opdracht van GTS en TenneT heeft ECN vier energiescenario’s ontwikkeld, waarin de marktontwikkeling van gas en elektriciteit integraal wordt beschreven. Stakeholders hebben positief gereageerd op dit initiatief en het bereikte resultaat. Deze scenario’s worden gebruikt voor infrastructuur- en investeringsplannen en dienden ook als basis voor het door ons gepubliceerde netwerkontwikkelingsplan (NOP 2017).

De Nederlandse netbeheerders, die verenigd zijn in de brancheorganisatie Netbeheer Nederland, brachten de studie ‘Net voor de Toekomst’ uit. De scenario’s in deze studie bevestigen de wisselwerking tussen hernieuwbare elektriciteit en gas. In de toekomstige energievoorziening is sprake van steeds verdergaande systeemintegratie tussen elektriciteit, gas en warmte en tussen centraal en lokaal. Deze belangrijke samenhang tussen energiedragers in de toekomst wordt door de gezamenlijke netbeheerders gezien en gedeeld, waarmee het voortdurende belang van gasnetten voor de energietransitie wordt onderstreept.

Bijdrage aan de warmtetransitie gebouwde omgeving zet door
Zowel nationaal als regionaal zijn we betrokken bij de warmtetransitie van de gebouwde omgeving.

Op nationaal niveau hebben we aan de SER borgingscommissie een extra pakket maatregelen voor het energieakkoord gepresenteerd; we hebben de Green Deal Aardgasloze wijken ondertekend, we zijn betrokken bij de uitwerking van de transitiepaden hoge- en lage temperatuur door de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Buitenlandse Zaken. Bij de warmtetafel zijn we betrokken bij de ontwikkeling van het afwegingskader voor de warmtetransitie en we hebben ook een positie voorbereid voor het kostenverdelingsvraagstuk dat samenhangt met de warmtetransitie. We stellen onafhankelijk advies met betrekking tot duurzame warmtetechnieken beschikbaar voor woningcorporaties. En samen met de installatiebranche Uneto VNI hebben we een impuls gegeven aan de ontwikkeling van een landelijk opleidingsprogramma duurzame warmtetechnieken voor installateurs.

Regionaal stimuleren we door intensieve samenwerking met gemeentes, regionale netbeheerders, woningcorporaties en installateurs de uitrol van de hybride warmtepomp. Onder andere door Groenversnelling, een project waarbij in 100 woningen in Winsum (Groningen) een hybride warmtepomp is geïnstalleerd in combinatie met het gebruik van groen gas. Maar ook door met de gemeente Groningen en regionale netbeheerder Enexis samen te werken aan het uitwerken van energie-omgevingsplannen. Met dezelfde gemeente hebben we een samenwerkingsovereenkomst getekend om via een energieloket energiebesparende maatregelen aan te bieden aan huizenbezitters. We hebben meegewerkt aan de toevoeging van warmtepompen aan het assortiment en dragen bij aan de promotie van de hybride warmtepomp.

Waterstofleiding in Zeeland
Dow Benelux, Yara, en ICL-IP, industriële bedrijven in de Zeeuwse Delta regio, zijn van plan om waterstof voor industriële toepassing uit te wisselen via ons netwerk. Dit voornemen was in 2016 bekrachtigd via de Green Deal Waterstof Symbiose in de Delta Regio. Deze Green Deal heeft als doel om waterstoftransport in dit gebied mogelijk te maken binnen het kader van onze wettelijke taak. Tijdens de uitvoering van de Green Deal bleek dat het wettelijke en regulatoire kader niet toereikend is om het door GTS uit te laten voeren. Vervolgens is in afstemming met de projectpartners inclusief het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en met ACM tot een oplossing gekomen, door het project en de leiding over te dragen aan een nieuw op te richten entiteit, Gasunie Waterstof Services B.V. (GWS). Hiermee is het buiten het kader van de wettelijke taak van GTS gebracht. Naar verwachting gaat het transport van waterstof vanaf medio 2018 uitgevoerd worden door GWS.