Trends & Ontwikkelingen

Gasunie heeft een belangrijke maatschappelijke rol in de energievoorziening in haar kerngebied Nederland en Duitsland. Het verzorgen van betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam transport van aardgas en andere energiedragers is de belangrijkste waarde die wij voor onze stakeholders creëren. Om deze rol optimaal in te kunnen vullen, moeten wij alert zijn en slagvaardig reageren op de ontwikkelingen binnen en buiten onze sector. Deze ontwikkelingen volgen wij nauwlettend, waarbij wij analyseren wat de impact is op onze strategie en organisatie én welke impact wij zelf hierop hebben.

De twee belangrijkste ontwikkelingen  voor de komende jaren zijn voor ons:

  • Veranderende gasstromen: daling productie Groningengas, een afnemende vraag naar aardgas in Nederland en een redelijk stabiele Europese gasvraag.
  • Energietransitie en de rol die gas en gasinfrastructuur daarin spelen.

Onlosmakelijk hieraan verbonden is de wijze waarop we onze organisatie en onze medewerkers ontwikkelen om onze (nieuwe) rol goed te blijven vervullen.

Veranderende gasstromen

Naar aanleiding van de aardbeving bij Zeerijp op 8 januari 2018 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) besloten om te bekijken hoe en wanneer de gaswinning uit het Groningenveld kan worden teruggebracht naar 12 miljard m3 per jaar. Om deze productieverlaging mogelijk te maken, zijn ingrijpende maatregelen nodig voor zowel de korte als de middellange termijn op het gebied van ombouw en kwaliteitsconversie, gecombineerd met de inzet van hernieuwbare bronnen. Wij zetten ons er maximaal voor in dit te helpen realiseren.

Door de afname van de productie van Groningengas zal de export van dit laagcalorische gas naar Duitsland, België en Frankrijk vanaf 2020 afnemen. Daarmee neemt ook de vraag naar transportcapaciteit in ons netwerk af. We willen onze infrastructuur goed blijven benutten en de tarieven voor onze klanten zo aantrekkelijk mogelijk houden. Daarom kijken we enerzijds naar opties om nieuwe gasstromen aan te trekken en anderzijds naar mogelijkheden om onze kosten te minimaliseren met behoud van onze licence to operate.

De verwachting is dat Europees gezien de vraag de komende jaren redelijk stabiel zal blijven. Waar in Nederland de beweging is ingezet om aardgas, zeker in de gebouwde omgeving, uit te faseren, zien we dat er in andere delen van Europa groeimarkten zijn voor aardgas. Daar is aardgas een middel om het gebruik van andere fossiele brandstoffen als olie en kolen af te bouwen en dus CO2-reductie te realiseren.

Voor wat betreft nieuwe gasstromen werken we aan een verdere integratie van de Noordwest-Europese gasmarkt en de versterking van TTF als de meest liquide Europese gashub. Qua aanleg van nieuwe infrastructuur zien we een verschuiving oostwaarts. Voorbeelden hiervan zijn onze participatie in de EUGAL-pijpleiding in het oosten van Duitsland en de plannen voor de bouw van een LNG-terminal bij Hamburg. Daarnaast zijn we bezig met het vergroten van de invoedmogelijkheden voor groen gas in Nederland. Hiermee ondersteunen we de trend om meer groen gas te produceren. Ons gastransportnet is geschikt om grote hoeveelheden groen gas in te voeden. Hiertoe bekijken we vooral hoe we de aansluiting van producenten op het net zo laagdrempelig mogelijk kunnen maken.

Door steeds meer risicogebaseerd te kijken naar de kosten die we maken ten behoeve van de instandhouding van onze infrastructuur, zijn we in staat om deze te reduceren. Uitgangspunt is en blijft daarbij dat we de veiligheid en betrouwbaarheid van onze infrastructuur op het gewenste niveau houden. Het gevolg hiervan is onder meer dat we zijn overgegaan van preventief vervangen van assets naar correctief onderhoud waardoor we het investeringsprogramma hebben kunnen inperken. Daarnaast betekent de vermindering van het transport van de laagcalorische gasstromen dat we minder assets nodig hebben om aan de marktvraag te voldoen. In het bijzonder heeft dat gevolgen voor de inzet van compressorstations. We kunnen op korte termijn enkele van deze stations buiten bedrijf stellen. 

Energietransitie

De ontwikkeling naar het gebruik van meer duurzame energie is breed maatschappelijk geaccepteerd. Duidelijk is dat we in de toekomstige energievoorziening zowel elektronen (stroom)  als moleculen (gas) nodig hebben. Gasvormige energiedragers zijn en blijven nodig  voor toepassing in diverse industriële processen en gedeeltelijk voor verwarming in de gebouwde omgeving. We merken in het debat hierover dat energie-infrastructuur steeds meer een centrale rol krijgt als cruciaal onderdeel van de oplossing. Voor ons betekent dit dat wij ons willen ontwikkelen van een onderneming met aardgasinfrastructuur naar een onderneming voor duurzame energie-infrastructuur.

We participeren in projecten gericht op de ontwikkeling van groen gas, waterstof, LNG en warmtenetten. In het nieuwe regeerakkoord wordt sterk ingezet op de opvang, het transport en de opslag van CO2 (CCTS), activiteiten waar wij met onze kennis en ervaring een belangrijk aandeel in kunnen leveren.

Om bij te dragen aan de versnelling van de energietransitie nemen we op dit moment ook deel in diverse, soms kleinschalige, projecten gericht op nieuwe activiteiten. Hierdoor kunnen we innovatieve technologieën ontwikkelen en kennis en ervaring opdoen. Voorbeelden hiervan zijn superkritische watervergassing en de hybride warmtepomp.

Met de toename van diversiteit en complexiteit in energiestromen zullen we nog vaker en intensiever met andere partners gaan opereren. Die samenwerking is logisch, maar niet altijd vanzelfsprekend. Daarom voeren wij proactief de dialoog met stakeholders binnen en buiten onze traditionele keten. We constateren daarbij dat het streven naar realistische oplossingen die bijdragen aan het op efficiënte en effectieve wijze bereiken van de klimaatdoelstellingen steeds meer het gemeenschappelijk uitgangspunt is.

Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en duurzaam HRM- en arbeidsvoorwaardenbeleid

De wereld waarin we wonen en werken verandert snel. Voor de arbeidsmarkt onderscheiden we globaal drie trends die voor ons van belang zijn:

  • We zien nog steeds krapte op de arbeidsmarkt voor wat betreft technisch geschoolde medewerkers.
  • De pensioenrichtleeftijd wordt vanaf 1 januari 2018 verder verhoogd naar 68 jaar. Dit stelt andere eisen aan medewerkers en aan de inrichting van onze organisatie op personeelsgebied.
  • Toenemende robotisering en digitalisering vergt andere competenties van medewerkers en zal in toenemende mate mensenwerk vervangen.

Om in te kunnen spelen op deze veranderingen, moet onze organisatie flexibeler en wendbaarder worden. Deze ontwikkelingen vragen om een HR-beleid dat gericht is op duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Medewerkers zullen zich continu moeten blijven ontwikkelen, ook op nieuwe terreinen. Het toekomstbestendig maken van onze medewerkers vraagt er dus om dat medewerkers zich kunnen ontwikkelen op veranderend, nieuw of ander werk, binnen of buiten ons bedrijf.

Fit for purpose

Alle hiervoor geschetste ontwikkelingen en activiteiten kunnen we alleen met succes uitvoeren als onze organisatie daarop is ingericht. We willen slagvaardig kunnen reageren op veranderingen in onze omgeving. Dat betekent dat we zowel krimp van enkele van onze bestaande activiteiten als groei van nieuwe activiteiten moeten managen en een hoge mate van flexibiliteit inbouwen in de wijze waarop we ons werk organiseren. Hierbij stimuleren we onze medewerkers om eigen initiatieven te ontwikkelen die hieraan bijdragen.

Met onze medewerkers, ondernemingsraad en de vakbonden hebben we gezamenlijk  een programma ontwikkeld om de duurzame inzetbaarheid van alle medewerkers te bevorderen. Kern hiervan is om ruimte te geven aan eigen regie en competenties uit te breiden met nieuwe kennis en ervaringen die aansluiten bij de ontwikkelingen binnen en buiten Gasunie. Daarnaast bevat het programma diverse onderdelen die gericht zijn op vitaliteit. Een belangrijke voorwaarde om met de juiste energie productief te kunnen blijven werken.