Onze strategie

De veranderingen in het speelveld voor aardgas vertalen zich in veranderingen in een deel van onze activiteiten. Gas en gasinfrastructuur blijven de komende decennia echter nog de ruggengraat van een betrouwbare en betaalbare Europese energievoorziening.

Wij willen in de veranderende omgeving met onze infrastructuur, kennis en competenties maximale waarde voor klanten en samenleving blijven creëren. We hebben daartoe twee groeipaden benoemd: internationalisering en duurzame activiteiten.

Deze groeipaden hebben we verwerkt in onze strategie. Deze strategie is, inclusief de verdere uitwerking, goedgekeurd door onze Raad van Commissarissen, na afstemming met de aandeelhouder. De strategie heeft de volgende drie pijlers:

  • Pijler I – Optimale infrastructuur: Zorgdragen voor een veilige, betrouwbare, betaalbare en duurzame gasinfrastructuur in ons kerngebied.
  • Pijler II – Europees verbindend: Bijdragen aan een efficiënte gasinfrastructuur en diensten voor een goed functionerende Europese aardgas- en LNG-markt. Daarbij maken we onderscheid tussen Noordwest-Europa en Europese activiteiten buiten dit gebied (de groeimarkten).
  • Pijler III – Energie in transitie: Versnellen van de transitie naar een CO2-neutrale energievoorziening.

Deze pijlers worden hieronder toegelicht. 

Pijler I: Optimale infrastructuur
Met name na 2020 zullen het geleidelijk wegvallen van de Nederlandse (L-gas) export en de teruggang in de vraag naar L-gas in Nederland een aanzienlijke impact hebben op het gebruik van het Nederlandse gastransportnet. Op langere termijn verwachten wij een gestage daling van de aardgasvraag in Nederland. Voor de Europese energievoorziening blijft aardgas nog een cruciale rol spelen. Dit stelt strenge eisen aan de veiligheid en betrouwbaarheid van onze gasinfrastructuur. Onze onderhoudsfilosofie sluit daarop aan. Om het efficiënt gebruik en daarmee de betaalbaarheid van onze Nederlandse en Duitse gastransportnetten te stimuleren, is het van belang onze positie op de internationale aanvoer- en doorvoerroutes en onze LNG-positie, waar onder de small scale markt, in Nederland en Duitsland te versterken. In veel gevallen zal dit hoogcalorisch gas (H-gas) betreffen. We treffen daarom voorbereidingen om bestaande L-gaspijpleidingen te kunnen gebruiken voor het transport van H-gas na 2025.

We zetten onze infrastructuur en kennis in voor het mogelijk helpen maken van een verdere vermindering van de gaswinning in Groningen. Onze onderhoudsstrategie stemmen we af op de verwachte afname van L-gas en inzet van nieuwe importstromen, waarbij met name de benutting van onze compressorstations zal veranderen.
We willen met onze bestaande infrastructuur de invoeding van groen gas faciliteren. Dat doen we door een groengasbooster, het realiseren van groengasaansluitingen voor derden en door ons netwerk geschikt te maken om groen gas te kunnen invoeden (onder andere door drukverlaging van het RTL).
De verdere verduurzaming van gastransport en -opslag blijft een belangrijk aandachtpunt. In samenwerking met andere Europese gasinfrabedrijven hebben we ons tot doel gesteld onze CO
2-footprint naar nul terug te brengen. Een van de speerpunten daarbij is de verdere vermindering van methaanemissies, die momenteel circa 0,01% van het getransporteerde gas bedragen.

Voor de niet-gereguleerde activiteiten (BBL, EnergyStock, Gate) blijven de Noordwest-Europese marktomstandigheden uitdagend. Door nieuwe verdienmodellen en de introductie van nieuwe diensten wordt getracht de winstgevendheid op peil te houden.

Pijler II: Europees verbindend
Gasmarkten in Noordwest-Europa
We willen onze leidende positie als grensoverschrijdend gasinfrastructuurbedrijf in Noordwest-Europa behouden. Daarom blijven we ons netwerk optimaliseren door middel van efficiënte bedrijfsvoering, een liquide gashandelsplaats, voldoende opslag- en LNG-importcapaciteit, en het oplossen van knelpunten. Dit zijn essentiële factoren die ons netwerk aantrekkelijk en concurrerend houden voor huidige en nieuwe (doorvoer)stromen, ook in een krimpende markt.
Door de afnemende gasproductie vanaf de Noordzee en de toenemende Europese import uit Rusland verschuift het zwaartepunt van de Europese gasmarkt geleidelijk richting Duitsland. In samenwerking met de andere Duitse netbeheerders wordt op deze ontwikkeling geanticipeerd en worden maatschappelijk gewenste ‘greenfield’ projecten op het gebied van LNG en het ontsluiten van nieuwe aanvoerroutes ontwikkeld.

Buiten Noordwest-Europa
We willen onze activiteiten beperkt uitbreiden naar het Zuidoostelijke deel van Europa onder andere door het ontwikkelen van transporthubs. Deze regio is van belang voor doorvoer van aardgas uit de productielanden ten oosten van deze regio richting West-Europa, als alternatief voor de aanvoer van aardgas uit Rusland. Hier groeit de gasmarkt, onder andere doordat gas wordt ingezet ter vervanging van andere fossiele bronnen met een hogere CO2-emissie, zoals bijvoorbeeld kolen. We benutten onze kennis en expertise van de gasinfrastructuur en gasmarktontwikkeling in Zuidoost-Europa via het verstrekken van adviesdiensten.

Pijler III: Energie in transitie
We willen onze kennis, competenties en infrastructuur inzetten voor het versnellen van de transitie naar een CO2-neutrale energievoorziening. Wij zien vooral toepassingsmogelijkheden voor onze kennis op de volgende vier gebieden: (1) groen gas, (2) waterstof, (3) warmte en (4) CO2. Wij doen dat gewoonlijk samen met partners en via de Gasunie-dochter Gasunie New Energy. Ter illustratie wordt hieronder een aantal projecten beschreven waarin we actief zijn.

  1. Groen Gas: In een joint venture met Cogas wordt het biogasnetwerk Twente ontwikkeld. Via dit netwerk kan ruw biogas worden getransporteerd naar een opwerkinstallatie waar het wordt omgezet naar groen gas zodat het kan worden gevoed in het reguliere gasnet. Gasunie New Energy en het bedrijf SCW Systems hebben een demonstratie-installatie gebouwd in Alkmaar. In deze demonstratie-installatie zullen biomassa (afval-)stromen onder hoge druk en temperatuur worden omgezet in groen gas, dat geschikt is voor directe invoeding in het aardgasnetwerk.
     
  2. Waterstof: In Zeeuws-Vlaanderen wordt een bestaande aardgasleiding tussen Terneuzen en Sluiskil omgezet voor transport van waterstof. Met Europese ondersteuning is een investeringsbesluit genomen voor het project HyStock, waarin de opbrengst van 1 MW aan zonnepanelen door middel van power-to-gas wordt geconverteerd naar waterstof. Samen met het Noorse Statoil en het Zweedse Vattenfall/Nuon worden de mogelijkheden onderzocht aardgas te converteren naar waterstof en vervolgens te gebruiken voor bijvoorbeeld elektriciteitsproductie in de vorm van back-up voor zon en wind. De koolstof uit het aardgas wordt in dat plan in de vorm van CO2 ondergronds opgeslagen in Noorwegen. Ook onderzoeken we samen met AkzoNobel de mogelijkhededen voor grootschalige conversie van duurzame elektriciteit in groene waterstof op het Chemie Park Delfzijl.
     
  3. Warmte: Gasunie is een partner in de Warmte Alliantie Zuid-Holland. Het doel van dit project is een hoofdinfrastructuur voor warmte te realiseren zodat de restwarmte vanuit de Rotterdamse industrie gebruikt kan worden voor particulieren en bedrijven in Zuid-Holland. Het doel is om op termijn ook andere bronnen te kunnen aansluiten.
     
  4. CO2: Het kabinet heeft aangegeven in 2030 ongeveer 20 Mton CO2 per jaar te willen gaan opslaan in lege offshore gasvelden. We zien voor onszelf een rol om CO2-leidinginfrastructuur te gaan ontwikkelen voor de opslag en het hergebruik van CO2. We zijn hierover in gesprek met onder andere het Rotterdamse Havenbedrijf, Energiebeheer Nederland (EBN) en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Strategiekaart Gasunie 2018-2020 "In beweging"

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)

Ons beleid en onze activiteiten op het gebied van MVO sluiten aan bij onze strategische doelstellingen. MVO maakt integraal onderdeel uit van onze bedrijfsactiviteiten.

Speerpunten MVO-beleid
Onze MVO-speerpunten zijn footprintreductie, bewustzijn rondom energietransitie, duurzame mobiliteit en maatschappelijk verantwoord inkopen. In een nieuw meerjarenbeleid dat in 2017 is vastgesteld hebben we ons tot doel gesteld om gemiddeld 4% emissiereductie per jaar te bereiken. Dat leidt tot -82,5% in 2030 ten opzichte van het basisjaar 1990 (vanaf dat jaar registreren we onze eigen emissies). In 2020 zullen we deze doelstelling evalueren. Daarnaast worden MVO-doelstellingen, waar relevant, verwerkt in individuele werkafspraken en/of targets op alle niveaus in de organisatie.

Footprintreductie
We richten ons op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen door het beperken en voorkomen van CO2- en methaanemissies, het nuttig aanwenden van energie en efficiënte verbranding. Met ons programma voor footprintreductie dragen we bij aan de overheidsdoelstelling van een klimaatneutrale energievoorziening in 2050. We streven ernaar om hierin toonaangevend te zijn binnen de internationale gasinfrastructuursector. Wij zijn een van de oprichters van het Green Gas Initiative waarin zeven onafhankelijke gasinfrastructuurbedrijven een gezamenlijke langetermijnvisie onderschrijven: het realiseren van een CO2-neutrale gasvoorziening in 2050. Met dit doel werken de initiatiefnemers samen aan vier thema’s: Footprint reduction, Biomethane, Transport en Power to gas. Deze laatste werkstroom is in 2017 verbreed en behandelt nu alle voor TSO’s relevante aspecten van waterstof.

Op weg naar 2050, willen we in onze eigen bedrijfsvoering in 2020 20% minder CO2 uitstoten dan in 1990 en in 2030 40% minder. De doelstelling voor 2020 heeft betrekking op uitsluitend scope 1 van het internationale Green House Gas protocol, terwijl de doelstelling voor 2030 de volledig scope (1, 2 en 3) betreft. Het produceren en/of inkopen van meer stikstof voor de G-gas productie leidt tot een tijdeljke verhoging van onze CO2-footprint. Zie voor de resultaten op dit gebied het hoofdstuk ‘Resultaten Milieu’ in dit verslag.

Bewustzijn rondom Energietransitie
Wij proberen ook de energietransitie concreet te maken in de dagelijkse realiteit van onze medewerkers, zowel tijdens het werk als in hun privésituatie. Onze medewerkers zijn onze ambassadeurs en daarom organiseren we activiteiten die het bewustzijn van energiegebruik vergroten en concrete verduurzamingsmogelijkheden onder de aandacht brengen. Sinds 2016 hebben wij in samenwerking met Buurkracht een Gasunie Buurkrachtwijk georganiseerd. Buurkracht is een initiatief van diverse netwerkbedrijven met als doel mensen bij elkaar te brengen om samen energie te besparen. Medewerkers van Gasunie organiseerden in 2017 verschillende acties binnen deze ”virtuele wijk”. De resultaten daarvan worden in het hoofdstuk ‘Resultaten Milieu’ nader toegelicht.

Duurzame mobiliteit
Het doel van ons beleid is om onze CO2-footprint als gevolg van reizen (mobiliteitsfootprint) te verminderen. De meest in het oog springende maatregelen die we hebben ingevoerd zijn:

  • voor alle vliegreizen wordt sinds april 2017 de CO2-uitstoot gecompenseerd: dat heeft geleid tot ruim 7% CO2-reductie van onze mobiliteitsfootprint;
  • leaserijders kunnen vanaf 1 januari 2017 ook kiezen voor elektrische- en plug-in hybride auto’s: per tien auto’s die elektrisch rijden levert dit een CO2-reductie op van 1% van onze totale mobiliteitsfootprint;
  • de stimuleringsmaatregel voor personenleaseauto’s op groen gas is een vast onderdeel geworden van ons leasebeleid;
  • een deel van onze 287 bedrijfsvoertuigen rijdt al op groen gas, dat worden er in de toekomst steeds meer.

Deze maatregelen zijn geïntroduceerd om de lange termijndoelstelling van minimaal 25% CO2- reductie in 2030 te realiseren. Tijdens de Spitsbergen-expeditie hebben de deelnemende directieleden van Gasunie samen met andere bedrijven deze ambitie aangescherpt. Onze CO2-footprint als gevolg van reizen zal in 2030 gehalveerd zijn ten opzichte van 2015. Het komende jaar gaan we aan de slag om aan deze ambitie invulling te geven.

Maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI)
Wij willen onze inspanningen op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Inkopen de komende jaren intensiveren. Uitgangspunt is dat we op dit punt aansluiten bij onze strategie en het MVO-beleid. Een concreet voorbeeld hiervan is dat we voor 2017 40% van ons elektriciteitsgebruik groen hebben ingekocht. In stappen van 20% groeien we door naar 100% in 2020. Ook de elektriciteit die nodig is om stikstof te produceren, die we in toenemende mate gebruiken om van hoogcalorisch aardgas gas van Groningen-kwaliteit te maken, wordt in dezelfde stappen vergroend door middel van de aankoop van certificaten. Onze ambitie is om met onze inspanningen een vergelijkbaar niveau te handhaven als dat van andere TSO’s in Europa.